Categorieën
Seizoen 13 Winter Spelen 2026

Hoe gevaarlijk zijn de Olympische Winterspelen echt volgens de wetenschap?

Home » Afleveringen

Slimmer Presteren op de Winterspelen wordt mede mogelijk gemaakt door de Hersenstichting:

Kom in actie voor de hersenstichting
Welke sportieve uitdaging heb jij dit jaar op de planning? Maak jouw kilometers extra waardevol, door daarmee geld op te halen voor belangrijk hersenonderzoek.

Maak jouw actie aan via voordehersenstichting.nl

Dit is de 252e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Sneller, hoger, spectaculairder: en ook gevaarlijker? Slimmer presteren op de Winterspelen

De Olympische Winterspelen zijn niet alleen een spektakel van snelheid en vaardigheid, maar ook een arena waar de risico’s en gevaren van extreme sporten onder de loep worden genomen. Jurgen en Gerrit duiken in de cijfers en trends van blessures, waarbij ze de balans zoeken tussen risico’s nemen en een bewuste aanpak van blessures.

Guido voegt hieraan toe dat de praktijk vaak complexer is dan de theorie, en dat de ervaring van atleten en trainers een cruciale rol speelt in het begrijpen en minimaliseren van deze risico’s.

In deze aflevering bespreken we niet alleen de impact van blessures op sportcarrières, maar ook de effectiviteit van alternatieve behandelmethoden. Guido benadrukt dat hoewel sommige technieken nog niet volledig evidence-based zijn, ze in de praktijk vaak waardevol blijken.

Samen onderzoeken ze hoe we de gezondheid van atleten kunnen prioriteren zonder de essentie van de sport te verliezen, en hoe een kritische blik en gedeelde kennis kunnen bijdragen aan veiligere sportomstandigheden.

Bij de Olympische Spelen lijkt alles soms spectaculair en snel, maar onderzoek suggereert dat de risico’s en blessures in topsport niet zo simpel zijn als ze vaak voorgesteld worden.

Jurgen brengt een wetenschappelijke blik aan, en neemt je mee langs studies over blessureincidentie, de ontwikkeling van sportveiligheid, en de invloed van het gebruik van beschermende middelen. We bespreken bijvoorbeeld dat het aantal blessures bij extreme sporten wel degelijk toeneemt, maar dat de interpretatie van die data afhankelijk is van definities en de context waarin sporten worden beoefend.

Deze aflevering is vooral geschikt voor sporters, trainers, medici en iedereen die de ‘echte’ risico’s in de sport wil begrijpen en niet meegaat in overdreven verhalen. Het vormt een uitnodiging om sport en veiligheid niet te zien als simpel zwart-wit, maar als een complexe uitdaging waarin wetenschap en praktijk voortdurend in dialoog blijven.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Hoe gevaarlijk zijn de Olympische winterspelen eigenlijk?
De vraag is of de winterspelen inderdaad gevaarlijker zijn dan andere sporten en hoe dat in verhouding staat tot de werkelijkheid. Jurgen suggereert dat de incidentie van blessures waarschijnlijk hoger is bij extreme sporten en nieuwe disciplines, maar dat het nooit helemaal statistisch eenduidig kan worden vastgesteld. Gerrit merkt op dat blessures altijd aanwezig zijn, maar dat een deel van de risico’s – zoals snelle valpartijen of sportspecifieke incidenten – inherent aan de sport blijven.

In praktijk betekent dat we moeten kijken naar de context en niet meteen spreken van een gevaar dat buitenproportioneel is. Het gevaar is waarschijnlijk realistisch, maar niet zo extreem dat het niet binnen de normale sportrisico’s past.

2. Wat zegt de wetenschap over het risico op blessures en hoe dat zich ontwikkelt?
Jurgen licht toe dat recente studies laten zien dat blessures bij topatleten niet heel verschillend lijken te zijn over meerdere Olympische Spelen, maar dat het gemiddelde incidentieverhoogd kan zijn door nieuwe disciplines en hogere snelheden. Daarnaast wordt het risico op blessures in de jeugd en bij recreatief sporten geraamd op zo’n 30 procent per jaar, afhankelijk van de sport en blessures. Gerrit vult aan dat de meeste blessures kneuzingen en verstuikingen zijn, met een relatief klein percentage ernstigere blessures.

In de praktijk zien we dat vooral de ontwikkeling van de sport en technologische verbeteringen op termijn mogelijk blessures kunnen verminderen, maar dat het risico nooit volledig weg te nemen is. Preventie en goede begeleiding blijven daarom essentieel.

3. Hoe verhouden blessurecijfers zich tot andere sporten en is de focus op blessurepreventie terecht?
Jurgen geeft aan dat Olympische sporten als snowboarden, freestyle skiën en slope style een incidentie van rond de 30 procent hebben. Hij waarschuwt dat dat niet betekent dat blessures onvermijdelijk zijn, maar dat ze de risico’s van extreme sporten onderstrepen. Gerrit benadrukt dat in veel sporten de verwachting is dat blessures voorkomen, maar dat het niet altijd makkelijk is ze volledig te voorkomen zonder stop te zetten of de sport anders in te richten.

Wat verandert indien men dit serieus neemt? Het onderstreept dat blessures onderdeel vormen van topsport en dat ultieme preventie onrealistisch is. Het focus moet eerder liggen op het goed managen van risico’s en het aanpassen van technieken en uitrusting, zonder dat dat de sport zelf op zich tenietdoet.

4. In hoeverre zijn medische en technische interventies effectief gebleken bij blessures in topsport?
Jurgen wijst erop dat de wetenschap aangeeft dat de meeste blessures, zoals scheuren en verstuikingen, hersteld kunnen worden binnen 11 maanden, met een zeer hoog slagingspercentage. Gerrit illustreert dat verschillende medische technieken, zoals het gebruik van hammer en beitel, onderbouwd worden met wetenschappelijke literatuur, maar dat de toepassing ervan altijd kritisch bekeken moet worden. Gido deelt dat praktijk en wetenschap soms verschillend zijn, en dat de bewijskracht voor sommige behandelingen beperkt blijft.

In praktijk betekent dit dat medisch herstel doorgaans succesvol is, maar dat het verrichten van onorthodoxe behandelingen zonder goede bewijsbasis riskant en mogelijk contraproductief kan zijn. Een gezonde twijfel blijft geboden.

5. Wat zeggen de gegevens over de invloed van mentale en fysieke conditie op blessure- en incidentenrisico?
Jurgen laat zien dat veel blessures en ziekmeldingen bij topsporters gerelateerd zijn aan fysieke en mentale belasting. Gerrit voegt toe dat kleine lichamelijke klachten of mentale spanning een grote invloed kunnen hebben op de prestatie en het risico op blessures. Verder wordt beschreven dat veel atleten niet volledig topfit zijn, wat het risico op blessures verhoogt.

In praktijk betekent dat aandacht voor mentale gezondheid en goede ziekte- en blessurepreventie niet ondergeschikt moet zijn. Het regelmatig monitoren van de fysieke en mentale gesteldheid van atleten kan uitdoving en nieuwe blessures voorkomen of uitstellen.

Video over slimmer presteren op de winterspelen: gevaar

https://www.youtube.com/watch?v=CjJ_Y2tXrr0

Categorieën
Seizoen 13 Winter Spelen 2026

Slimmer presteren op de Winterspelen: wat is de rol van innovatie en wetenschap?

Home » Afleveringen

Slimmer Presteren op de Winterspelen wordt mede mogelijk gemaakt door de Hersenstichting:

Kom in actie voor de hersenstichting
Welke sportieve uitdaging heb jij dit jaar op de planning? Maak jouw kilometers extra waardevol, door daarmee geld op te halen voor belangrijk hersenonderzoek.

Maak jouw actie aan via voordehersenstichting.nl

Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over:

Slimmer presteren op de Winterspelen: wat is de rol van innovatie en wetenschap?

Wat gebeurt er onder de motorkap van de topsport in de sneeuw en op het ijs? Drie keer per week bellen wetenschapsjournalist Jurgen van Teeffelen en Middle-Aged-Man-in-Lycra Gerrit Heijkoop elkaar om de marges te ontleden. Van fysiologie tot aerodynamica: We zoeken uit hoe het wetenschappelijk echt zit, zodat jij met een scherpere bril, en nog meer plezier, naar deze Olympische Winterspelen kijkt.

Waar en hoe draagt wetenschap bij aan het beter begrijpen van winterspelen? Jurgen en Gerrit praten over de korte termijn innoveren versus de lange termijn wetenschappelijk onderzoek, en je merkt dat die twee vaak niet goed op elkaar aansluiten. Terwijl atleten op de ijsbaan of het ski-piste soms jaar in, jaar uit met sensoren en biomechanisch onderzoek bezig zijn, blijft het in de praktijk vaak heel beperkt zichtbaar en wordt de kennis niet altijd snel doorgevoerd.

In deze aflevering raakt vooral de paradox tussen de wetenschap en de praktijk je: sporters en coaches lijken vaak nog vooral te vertrouwen op ervaring en traditie, terwijl onderzoek suggereert dat er bij veel onderdelen juist nog flinke ‘winst te boeken’ is, als men de juiste data en technieken gebruikt.

We bespreken onder meer de impact van de samenstelling van sporten, zoals de skiathlon en Noordse combinatie, waar biomechanica en fysiologie onderling botsen tussen mannen en vrouwen. Daarnaast kijken we naar de beperkte data over het effect van thuisvoordeel, dat voor veel onderdelen waarschijnlijk minder groot is dan vaak gedacht wordt, ondanks de grote fanfare die er soms om wordt geblazen.

Wat we nog niet weten, blijft vooral de grote vraag: hoe snel en efficiënt kunnen we wetenschap, innovatie en de praktijk laten samenwerken? En in hoeverre kunnen we maskeren dat bij sommige sporten nog veel onderzoek ontbreekt of achterloopt? Het retorische ‘veel is mogelijk’ klinkt aantrekkelijk, maar de realiteit laat vooral zien dat we met gezonde twijfel moeten blijven kijken naar claims over snelheid, blessures, en performanceverbetering in de winterspelen.

Deze aflevering is niet bedoeld om bluffende claims te geloven, maar om te laten zien dat wetenschap vooral een hulpmiddel is dat langzaam zijn weg zoekt in de sportpraktijk. Het is boeiend om te zien waar nog veel ruimte ligt, en vooral waar de brug tussen weten en doen nog stevig gebouwd moet worden.

Als je geïnteresseerd bent in de meer wetenschappelijke kant van sportprestaties en kritisch wilt kijken naar die schijnbaar spectaculaire innovaties, dan is dit een aflevering om niet te missen.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Hoe concreet is de rol van wetenschap en innovatie in het verbeteren van de prestaties bij de Olympische Winterspelen?
Jurgen suggereert dat er wel onderzoek is gedaan, maar het is vaak beperkt tot specifieke onderdelen zoals biotechnologie en biomechanica. Gerrit benadrukt dat het veld nog steeds grotendeels van de basiswetenschap afhankelijk is en dat veel animaties, sensoren en modellen nog niet echt doorslaggevend zijn in de top.

Dit laat zien dat veel sportinnovaties, zeker op hoog niveau, waarschijnlijk meer iteratief en contextafhankelijk zijn dan revolutionair. Het impliceert dat we niet zomaar kunnen verwachten dat sensoren of nieuwe materialen direct tot medaillewinst leiden.
Bijvoorbeeld het gebruik van sensoren in schaatsen of snowboarden geeft waardevolle data, maar het grootste effect zit in training en techniek optimaliseren, niet in de apparatuur alleen. Innovatie is vaak een puzzelstuk dat goed moet passen binnen het trainingstraject.

2. Hoe verhouden prestatieverschillen tussen mannen en vrouwen zich tot de sporttechniek en fysiologie?
Jurgen benoemt dat onderzoek meer inzicht geeft in de fysiologische verschillen en dat wetenschappelijke data vaak nog in vroege fases zit, maar dat bepaalde technische verschillen nu al zichtbaar zijn. Gerrit wijst erop dat de verschillen breed gaan en dat voor sommige onderdelen, zoals de langlauf of schaatsen, we nog geen definitieve conclusies kunnen trekken.

Het duidt erop dat gelijkstelling van prestaties niet alleen een kwestie van afstand aanpassen is, maar dat de technische en fysiologische verschillen diep verankerd blijven, ook in de training en selectie. Het onderstreept dat gendergelijkheid in sport meer complex is dan alleen de afstand of het aantal medailles.

De nieuwe regelingen voor gelijke afstanden in schaats en schansspringen illustreren dat de sport zich aanpast, maar dat er nog wetenschappelijke onduidelijkheden bestaan over het optimale en eerlijke evenwicht.

3. Is er bewijs dat thuisvoordeel bij de Olympische Spelen bestaat, en in hoeverre speelt dat een rol?
Jurgen geeft aan dat er onderzoek is gedaan, maar dat het effect heel klein zou zijn – ongeveer 0,2 procent. Gerrit bevestigt dat factors zoals reizen, accommodatie en publiek impact kunnen hebben, maar dat het vooral een klein voordeel is dat niet alle prestaties significant beïnvloedt.

Het benadrukt dat thuisvoordeel niet eenvoudig te kwantificeren is, maar dat het vooral een psychologisch en logistiek effect kan zijn. Het ondermijnt de vaak gehoorde claims dat het een grote factor is, waardoor sporters en coaches misschien te weinig rekening houden met de complexiteit.

In de praktijk betekent dat dat een sporter mogelijk iets meer rust of comfort heeft, maar dat dit waarschijnlijk niet de doorslag geeft bij resultaat. Het benadrukt dat prestaties vooral afhangen van vaardigheid, voorbereiding en omstandigheden.

4. Wat zegt de wetenschappelijke blik over blessures en prestaties in de wintersport?
Jurgen haalt onder andere blessures bij skiërs en de invloed van biomechanica aan. Gerrit wijst op dat veel van het wetenschappelijke onderzoek vooral over blessures en biomechanische optimalisatie gaat, maar dat de toepassing beperkt blijft, mede door de complexiteit van de bewegingen.

Het betekent dat preventie en prestatieverbetering in de breedte sport nog vooral een uitdaging is, mede doordat de sporters vele verschillende mechanische en medische factoren meebrengen. Het onderstreept dat innovatie niet zomaar leidt tot directe resultaten, maar dat veel ingrijpende verandering tijd en veel onderlinge afstemming vereist.

Bijvoorbeeld het gebruik van sensoren en biofeedback kan helpen, maar veel topsporters maken nog altijd vooral op basis van ervaring en coaching hun keuzes. Wetenschap ondersteunt, maar vervangt niet de praktijk.

5. Hoe ontwikkelt de wetenschap zich rondom gendergelijkheid en prestatieverschillen in de wintersporten?
Jurgen benoemt dat de Olympische Spelen qua geslachtsgelijkheid de ‘meest gendergelijke ooit’ worden genoemd, maar dat nog altijd bepaalde onderdelen, zoals de Noordse combinatie en bob, alleen voor mannen blijven bestaan. Gerrit wijst erop dat onderzoek naar man-vrouw verschillen nog volop in ontwikkeling is en dat technische optimalisaties voor beide geslachten nog niet volledig gelijkwaardig zijn.

Het toont dat sportwetenschap en beleid elkaar beïnvloeden, maar dat de fysieke en technische verschillen niet zomaar te neutraliseren zijn. Het onderstreept dat echte gelijkheid meer vraagt dan alleen rules aanpassen; het vraagt om uitgebreide wetenschappelijke kennis en praktische vertalingen.

Het voorbeeld van gelijktijdige wedstrijden en de selectie van onderdelen onderlijn dat de sport nog steeds in verandering is, en dat wetenschappelijk onderzoek daarin een belangrijke rol heeft, maar dat dit niet altijd snel gaat.

Video over innovatie op de Olympische winterspelen

https://www.youtube.com/watch?v=CoeRipHYgCc

Categorieën
Seizoen 12

252. Slimmer presteren met sportboeken die het lezen waard zijn – Eindejaarsaflevering

Home » Afleveringen

Dit is de 252e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Sportboeken om te lezen of te luisteren, tips van sporters zelf

Zoek je goede sportboeken, maar weet je niet waar je moet beginnen? Dan ben je niet de enige. Het aanbod is groot, de kwaliteit wisselend en niet elk sportboek is even relevant voor hoe jij met je sport bezig bent.

In deze aflevering van de Slimmer Presteren Podcast bespreken Gerrit Heijkoop, Jurgen van Teeffelen en Guido Vroemen sportboeken die zijn aangeraden door luisteraars. Geen verkooppraatjes en geen lijstjes om af te vinken, maar boeken waar sporters zelf iets aan hebben gehad. Over training, sportpsychologie, topsport en inspiratie.

Niet iedereen leest makkelijk, dat komt ook aan tafel ter sprake. Juist daarom draait deze aflevering niet om hoeveel boeken je leest, maar om welke sportboeken iets toevoegen aan je manier van trainen en denken over sport.

Wat de sportboeken van luisteraars gemeen hebben

De ingezonden sportboeken verschillen sterk in onderwerp en stijl, maar laten samen een duidelijk patroon zien. Sporters tippen elkaar geen snelle oplossingen, maar boeken die helpen om beter te begrijpen wat ze doen en waarom ze dat doen.

Jurgen brengt structuur aan in de tips. Gerrit reageert vanuit zijn eigen ervaring als sporter. Guido vult aan en prikkelt, vooral wanneer het gesprek gaat over nieuwsgierigheid en blijven leren. Niet elk sportboek wordt uitgebreid besproken, maar bij een aantal titels blijven ze bewust langer stilstaan.

Sportboeken over training die verder gaan dan schema’s

Een van de sportboeken waar het gesprek mee begint is The Science of Running van Steve Magness. Dit boek wordt getipt omdat het training uitlegt zonder vast te houden aan kant en klare schema’s. Het laat zien hoe trainingsprincipes werken en waarom bepaalde keuzes logisch zijn.

Daarna komt Hardlopen, biomechanica en inspanningsfysiologie van Frans Bosch en Ronald Klomp aan bod. Guido benadrukt dat dit vooral een sportboek is om in te grasduinen. Het vraagt aandacht en achtergrondkennis, maar biedt verdieping voor sporters en trainers die echt willen begrijpen hoe belasting en beweging samenhangen.

Ook Wielertraining anno 2025 van Frank van de Wiel wordt besproken. Guido gebruikt dit sportboek als hulpmiddel om trainingskeuzes te onderbouwen en grenzen beter in te schatten. Niet als blauwdruk, maar als kader.

Klassiekers als Daniels’ Running Formula en Training for the Uphill Athlete komen langs als voorbeelden van sportboeken die hun waarde hebben bewezen door de jaren heen.

Sportboeken over psychologie en mentale aspecten

In de categorie sportpsychologie krijgt Door de barrière van Mariska van Sprundel extra aandacht. Dit sportboek combineert wetenschappelijke inzichten met verhalen van duursporters en laat zien hoe motivatie, vermoeidheid en mentale grenzen samenkomen.

Ook Do Hard Things van Steve Magness wordt genoemd als sportboek dat sporters aanzet tot nadenken over mentale veerkracht, zonder te vervallen in slogans. Ter contrast komt Mysterieuze krachten in de sport voorbij, een klassieker vol anekdotes die laat zien hoe sporters elkaar mentaal beïnvloeden.

Sportboeken en biografieën die topsport in perspectief zetten

Bij de sportboeken over sporters verschuift het gesprek naar context en keuzes. Watergevoel, over Pieter van den Hoogenband, laat zien hoe prestaties samenhangen met begeleiding en omgeving.

Winnen met je hoofd van Marit Bouwmeester en Nico van Yperen krijgt veel aandacht. Dit sportboek laat zien hoe zelfregie, kritisch denken en afstand nemen van hypes bijdragen aan langdurige prestaties. Guido benadrukt dat dit soort sportboeken vooral laten zien wat er achter de schermen gebeurt.

Ook The Perfect Mile van Neal Bascomb komt voorbij. Een sportverhaal dat laat zien hoe grote prestaties zelden individueel tot stand komen.

Inspirerende sportboeken voor motivatie en plezier

Sommige sportboeken zijn vooral bedoeld om zin te krijgen om te bewegen. Born to Run van Christopher McDougall is daar een bekend voorbeeld van. Geen trainingshandleiding, maar een verhaal dat inspireert.

Ook Niet de race maar de reis van Jolanda Linschooten wordt genoemd als sportboek dat sport en avontuur combineert. Guido tipt daarnaast De hartslag van een ander van Wouter Duinisveld, een boek dat perspectief biedt als sport even niet vanzelf gaat.

Populair wetenschappelijke sportboeken die nieuwsgierigheid aanwakkeren

Tot slot komen sportboeken aan bod die wetenschap en sport combineren. The Explorer’s Gene van Alex Hutchinson gaat over nieuwsgierigheid en ontdekken, een thema dat volgens Jurgen herkenbaar is voor veel sporters.

Daarnaast worden Exercised van Daniel Lieberman en De beweegreden van Eline Lievens en Wim de Rave genoemd. Deze sportboeken plaatsen bewegen in een breder menselijk perspectief en laten zien waarom sport zo’n centrale rol speelt in ons leven.

Sportboeken om op terug te vallen

Deze aflevering is bedoeld als overzicht van sportboeken waar sporters zelf door geraakt zijn. Niet om alles te lezen, maar om iets te vinden dat bij je past. Een boek om te lezen, te luisteren of af en toe in te bladeren.

Of je nu verdieping zoekt in training, nieuwsgierig bent naar de mentale kant van sport of gewoon inspiratie wilt, deze sportboeken bieden verschillende ingangen. Precies daarom zijn ze door luisteraars aan elkaar getipt.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Welke sportboeken zijn het lezen waard als sporter?
In deze aflevering worden veel sportboeken genoemd, maar een aantal springt eruit. The Science of Running van Steve Magness komt terug omdat het training uitlegt zonder vast te zitten aan schema’s. Wielertraining anno 2025 wordt genoemd als boek dat theorie en praktijk verbindt. Door de barrière laat zien hoe mentale aspecten en wetenschap samenkomen, terwijl Winnen met je hoofd inzicht geeft in zelfregie en topsport. Het zijn sportboeken die niet voorschrijven wat je moet doen, maar helpen begrijpen waarom je traint zoals je traint.

2. Wat zijn goede sportboeken als je meer wilt begrijpen van training?
Als je verdieping zoekt, maar geen kant en klare schema’s wilt volgen, zijn sportboeken die principes uitleggen het meest geschikt. In de aflevering bespreken Gerrit en Jurgen boeken die laten zien hoe belasting, herstel en adaptatie samenhangen. Guido vult aan dat zulke sportboeken helpen om betere keuzes te maken als trainingen niet lopen zoals gepland. Ze geven context, zodat je minder afhankelijk wordt van vaste formats en apps.

3. Ik lees niet graag, waarom zou ik toch sportboeken proberen?
Dit komt expliciet ter sprake in de aflevering. Gerrit geeft toe dat hij zelf weinig leest, en juist dat maakt het herkenbaar. Guido benadrukt dat sportboeken geen verplichting zijn. Het gaat niet om het uitlezen van een boek, maar om nieuwsgierigheid. Een paar hoofdstukken, grasduinen of een luisterboek kan al voldoende zijn om anders naar je sport te kijken. De waarde zit in het perspectief dat je oppikt, niet in het aantal pagina’s.

4. Welke sportboeken gaan over motivatie en mentale aspecten?
Sportboeken over psychologie richten zich vaak op doorgaan, twijfel en motivatie. Door de barrière combineert wetenschap met ervaringen van duursporters. Do Hard Things zet aan tot nadenken over mentale veerkracht zonder slogans. In de aflevering komt ook Mysterieuze krachten in de sport langs, een klassieker vol anekdotes die laat zien hoe sporters elkaar mentaal beïnvloeden. Deze boeken helpen sporters begrijpen wat er mentaal gebeurt tijdens training en wedstrijd.

5. Wat voegen sportbiografieën en sportverhalen toe?
Sportbiografieën laten zien wat er achter prestaties schuilgaat. Boeken als Winnen met je hoofd en Watergevoel maken duidelijk dat succes zelden alleen draait om talent of hard werken. Guido benadrukt dat dit soort sportboeken helpen relativeren. Ze geven context aan keuzes, druk en verwachtingen. Voor veel sporters is dat minstens zo waardevol als een technisch trainingsboek.

6. Welke sportboeken zijn geschikt als je vooral inspiratie zoekt?
Niet elk sportboek is bedoeld om iets te leren in technische zin. Sommige boeken zijn er om zin te krijgen om te bewegen. Born to Run en Niet de race maar de reis worden genoemd als voorbeelden van sportboeken die inspireren zonder instructief te zijn. Ook De hartslag van een ander laat zien hoe sport betekenis kan geven, juist als trainen even niet centraal staat.

7. Wat haal ik als sporter uit populair wetenschappelijke sportboeken?
Populair wetenschappelijke sportboeken slaan een brug tussen onderzoek en dagelijkse sportpraktijk. The Explorer’s Gene van Alex Hutchinson gaat over nieuwsgierigheid en ontdekken, thema’s die volgens Jurgen herkenbaar zijn voor veel sporters. Exercised en De beweegreden plaatsen bewegen in een breder menselijk perspectief. Ze helpen begrijpen waarom sport belangrijk voelt, ook als je even geen concrete doelen hebt.

Training

The Science of Running – Steve Magness
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=The+Science+of+Running+Steve+Magness
 
Hardlopen, biomechanica en inspanningsfysiologie – Frans Bosch & Ronald Klomp
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Hardlopen+biomechanica+en+inspanningfysiologie+Bosch+Klomp
 
Wielertraining anno 2025 – Frank van de Wiel
https://www.sportim.be/book-store/p/wielertraining-anno-2025-
 
Daniels’ Running Formula – Jack Daniels
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Daniels%27+Running+Formula+Jack+Daniels
 
Training for the Uphill Athlete – Steve House
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Training+for+the+Uphill+Athlete+Steve+House
 
 
Psychologie
Do Hard Things – Steve Magness
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Do+Hard+Things+Steve+Magness
 
Door de barrière – Mariska van Sprundel
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Door+de+barri%C3%A8re+Mariska+van+Sprundel
 
Mysterieuze krachten in de sport – Joris van den Bergh
https://www.dbnl.org/tekst/berg103myst01_01/berg103myst01_01.pdf
 
 
Sporters & biografieën
Watergevoel – Arthur van den Boogaard
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Watergevoel+Arthur+van+den+Boogaard
 
Winnen met je hoofd – Marit Bouwmeester & Nico van Yperen
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Winnen+met+je+hoofd+Bouwmeester+Van+Yperen
 
The Perfect Mile – Neal Bascomb
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=The+Perfect+Mile+Neal+Bascomb
 
Goud – Worthy de Jong
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Goud+Worthy+de+Jong
 
 
Inspiratie
Born to Run – Christopher McDougall
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Born+to+Run+Christopher+McDougall
 
Niet de race maar de reis – Jolanda Linschooten
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Niet+de+race+maar+de+reis+Jolanda+Linschooten
 
Het hoofd weegt zwaarder dan de benen – Olivier Verhaeghe
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Het+hoofd+weegt+zwaarder+dan+de+benen+Olivier+Verhaeghe
 
De hartslag van een ander – Wouter Duinisveld
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=De+hartslag+van+een+ander+Wouter+Duinisveld
 
 
Populair wetenschappelijk
Endure – Alex Hutchinson
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Endure+Alex+Hutchinson
 
The Explorer’s Gene – Alex Hutchinson
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=The+Explorer%27s+Gene+Alex+Hutchinson
 
Exercised – Daniel Lieberman
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=Exercised+Daniel+Lieberman
 
De beweegreden – Eline Lievens & Wim de Rave
https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=De+beweegreden+Lievens+de+Rave

Video over sportboeken die het lezen waard zijn

https://www.youtube.com/watch?v=THTDVg3Dhj0

Categorieën
Hardlopen Marathon Seizoen 12 Training en herstel Wielrennen

251. Sporten met pijnstillers tegen de pijn en ontsteking: slim of gevaarlijk?

Home » Afleveringen

Dit is de 251e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Sporten met pijnstillers, slim of riskant?

Een lange duurtraining, een zware wedstrijd, een knie die zeurt. Voor veel sporters voelt een pijnstiller als een simpele oplossing. Even dempen en door. Zeker bij marathons, triatlons en ultralopen lijkt het soms bijna normaal.

In deze aflevering onderzoeken Gerrit en Jurgen of sporten met pijnstillers past bij Slimmer Presteren. Ze kijken naar wat de wetenschap zegt over prestatie en herstel. In het laatste deel schuift sportarts Guido Vroemen aan. Hij ziet in de praktijk wat er mis kan gaan.

Wat zijn NSAID pijnstillers?

NSAID’s zijn ontstekingsremmende pijnstillers. Bekende voorbeelden zijn ibuprofen, diclofenac en naproxen. Ze remmen processen die betrokken zijn bij pijn en ontsteking. Dat kan prettig voelen bij klachten, maar het grijpt ook in op herstelmechanismen.

Paracetamol hoort niet bij de NSAID’s. Het werkt pijnstillend en koortsverlagend, maar het remt ontsteking niet op dezelfde manier. Daardoor denken veel sporters dat paracetamol tijdens sport altijd de veilige keuze is. In deze aflevering hoor je waarom ook dat te simpel is.

Waarom sporters pijnstillers gebruiken

De motivatie is vaak praktisch. Sporters willen een training afmaken. Ze willen een start niet missen. Ze willen pijn vóór zijn. Uit studies bij marathonlopers en ultralopers blijkt dat preventief gebruik regelmatig voorkomt. Sporters gebruiken NSAID’s in dit soort onderzoeken vaker dan niet-sporters.

Dat betekent niet dat elke sporter dit doet. Het betekent wel dat het onderwerp groot genoeg is om serieus te nemen. Zeker omdat het vaak gaat om gebruik zonder medisch advies.

Helpen NSAID’s je prestatie verbeteren?

De wetenschap is hier nuchter over. Er is geen overtuigend bewijs dat NSAID’s je structureel sneller of sterker maken. In sommige onderzoeken duiken kleine effecten op bij uitputtingstesten. Die effecten zijn wisselend en beperkt.

Een belangrijk punt uit de aflevering is dat prestatie niet hetzelfde is als minder pijn voelen. Je kunt pijn dempen en toch slechter presteren. Ook kan een lagere pijnperceptie ervoor zorgen dat je over grenzen heen gaat die je normaal wel respecteert.

Wat betekenen pijnstillers voor herstel en adaptatie?

Ontsteking voelt als een probleem, maar het is ook een normaal onderdeel van herstel en aanpassing. Training veroorzaakt micro-schade. Het lichaam reageert daarop met herstelprocessen. Daar hoort een ontstekingsreactie bij.

NSAID’s remmen die cascade. Dat kan het adaptatieproces verstoren. Vooral bij herhaalde zware belasting en krachttraining zien onderzoekers dat effect terug. Bij duursport is het beeld genuanceerder, maar het onderliggende principe blijft hetzelfde. Je dempt een proces dat onderdeel is van sterker worden.

De grote risico’s bij langdurige inspanning

Hier wordt de aflevering echt scherp. Guido Vroemen ziet dat het grootste gevaar niet zit in een losse tablet op een rustige dag, maar in combinatie met langdurige inspanning. Zeker wanneer er warmte, uitdroging en hoge belasting meespelen.

NSAID’s verhogen het risico op maag en darmproblemen en bloedingen. Ze verhogen ook het risico op nierproblemen. In marathononderzoek zijn ziekenhuisopnames en ernstige complicaties vooral gemeld bij deelnemers die NSAID’s gebruikten. Dat is precies het scenario waarin veel sporters denken slim te handelen.

Paracetamol is geen NSAID, maar Guido waarschuwt ook hier voor een valkuil. Paracetamol kan de temperatuurregulatie beïnvloeden en signalen maskeren die je juist nodig hebt om veilig te blijven. Zeker bij warm weer is dat relevant.

UTMB als voorbeeld van beleid

De UTMB is een bekend voorbeeld van een organisatie die het gebruik van NSAID’s probeert terug te dringen. Het beleid laat zien dat het probleem niet alleen theoretisch is. Wedstrijdorganisaties zien ook de medische risico’s bij lange inspanning en nemen maatregelen.

Wanneer zijn pijnstillers een signaal

De conclusie van deze aflevering is helder en streng. Sporten met pijnstillers is zelden een slimme strategie. Het maskeert vaak een probleem dat je beter kunt oplossen met herstel, aanpassing van training of een verstandige keuze rondom je start.

Als je pijnstillers nodig hebt om een wedstrijd te doen, dan zegt dat iets. Het zegt dat je lichaam al over een grens heen is. Slimmer presteren betekent dan soms juist dat je niet doorgaat.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wat kan er misgaan als je preventief een pijnstiller neemt vóór een wedstrijd?
Preventief gebruik komt vaker voor dan veel sporters denken. Het idee is dat je pijn voor bent en daardoor beter presteert. In de aflevering wordt duidelijk dat dit een gevaarlijke aanname is. Preventief gebruik verhoogt het risico op bijwerkingen, terwijl er geen bewezen prestatievoordeel tegenover staat. Zeker bij marathons en triatlons kan het combineren van pijnstillers, warmte en uitdroging leiden tot ernstige medische problemen.

2. Wat is het verschil tussen NSAID’s en paracetamol voor sporters?
NSAID’s remmen ontstekingen en beïnvloeden daarmee ook herstelprocessen in het lichaam. Paracetamol werkt pijnstillend en koortsverlagend, maar remt ontsteking niet op dezelfde manier. Dat maakt paracetamol niet automatisch veilig tijdens sport. Volgens sportarts Guido Vroemen kan paracetamol signalen van oververhitting maskeren, wat juist tijdens lange inspanningen gevaarlijk kan zijn. Beide middelen zijn dus geen slimme standaardoplossing voor sporters.

3. Wat zegt de wetenschap over prestatieverbetering door pijnstillers?
De wetenschap laat geen overtuigend prestatievoordeel zien van pijnstillers bij sport. In sommige onderzoeken worden kleine effecten gevonden bij uitputtingstesten, maar die zijn wisselend en beperkt. Belangrijker is dat minder pijn voelen niet hetzelfde is als beter presteren. In de aflevering wordt benadrukt dat cafeïne consistenter effect laat zien dan pijnstillers. Pijnstillers kunnen het gevoel veranderen, maar maken je lichaam niet beter voorbereid op inspanning.

4. Wat zijn de grootste risico’s van pijnstillers tijdens marathons en triatlons?
Volgens Guido Vroemen nemen de risico’s vooral toe bij langdurige inspanning. NSAID’s verhogen de kans op maag en darmbloedingen, nierproblemen en in sommige gevallen hartproblemen. Die risico’s worden groter bij warmte en uitdroging, omstandigheden die juist bij marathons, triatlons en ultralopen vaak voorkomen. In marathonstudies zijn ernstige complicaties vooral gezien bij sporters die ontstekingsremmers gebruikten, niet bij deelnemers die dat niet deden.

5. Wat is een verstandige keuze als je pijn hebt rond een wedstrijd?
De belangrijkste boodschap uit de aflevering is dat pijnstillers vaak een signaal maskeren. Als je pijn ervaart waarvoor je denkt een pil nodig te hebben, is dat een moment om kritisch te zijn. Soms is extra rust, het aanpassen van je doel of zelfs niet starten de slimste keuze. Slimmer Presteren betekent luisteren naar je lichaam en beseffen dat doorgaan met pijnstilling op de lange termijn meer kan kosten dan het oplevert.

Video over sporten met pijnstillers tegen de pijn en ontsteking: slim of gevaarlijk?

https://www.youtube.com/watch?v=iAFTbBoVxrE

Categorieën
Interview met gast Seizoen 12

250. ‘Omarm de kou!’: zin en onzin volgens thermofysioloog Wouter van Marken Lichtenbelt

Home » Afleveringen

Dit is de 250e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Koude training, zinvol of onzin?

Koud douchen, ijsbaden en trainen in de kou zijn populairder dan ooit. Op social media buitelen claims over elkaar heen. Het zou je herstel versnellen, je metabolisme boosten en je mentale weerbaarheid vergroten. Maar wat gebeurt er nu echt in het lichaam als je jezelf blootstelt aan kou?

In deze aflevering gaan Gerrit en Jurgen in gesprek met hoogleraar thermofysiologie Wouter van Marken Lichtenbelt. Hij doet al decennialang onderzoek naar hoe het menselijk lichaam omgaat met temperatuur, energieverbruik en aanpassing. Zijn boodschap is helder: kou is een prikkel, maar de effecten zijn vaak minder spectaculair dan ze worden voorgesteld.

Wat kou direct met je lichaam doet

Kou zet het lichaam direct aan het werk. Zodra de omgevingstemperatuur daalt, probeert het lichaam warmte vast te houden en extra warmte te produceren. Dat gebeurt via rillen en via processen in spier- en vetweefsel die energie kosten.

Dat extra energieverbruik is meetbaar, maar klein en tijdelijk. Een koude douche of ijsbad verhoogt het energieverbruik slechts kort. Wie denkt dat kou een shortcut is naar vetverlies, komt bedrogen uit.

Belangrijker is dat kou fungeert als stressprikkel. Het lichaam reageert acuut en keert daarna terug naar zijn uitgangstoestand. Dat is wezenlijk anders dan training, waarbij herhaling leidt tot structurele aanpassingen.

Kun je wennen aan kou?

Acclimatisatie aan kou bestaat. Mensen die zich regelmatig blootstellen aan kou gaan minder snel rillen en voelen zich comfortabeler bij lage temperaturen. Het lichaam leert omgaan met de prikkel.

Die aanpassing zit vooral in het zenuwstelsel en in gedrag. De fysiologische winst blijft beperkt. Dat maakt koude acclimatisatie fundamenteel anders dan training. Bij training en hitte-acclimatisatie nemen prestatie en capaciteit aantoonbaar toe.

Voor sporters betekent dit dat kou de tolerantie kan veranderen, maar de conditie niet.

De rol van bruin vet

Een veelgehoorde claim is dat kou bruin vet activeert en daardoor het metabolisme langdurig verhoogt. Wouter nuanceert dat beeld. Bruin vet speelt een rol bij warmteproductie, vooral bij jonge mensen. Bij volwassenen is de hoeveelheid beperkt en het effect op het totale energieverbruik klein.

Het idee dat koud douchen je stofwisseling structureel versnelt, is wetenschappelijk niet goed onderbouwd. Het effect bestaat, maar stelt weinig voor in vergelijking met bewegen, trainen en dagelijkse activiteit.

Voor gezonde sporters levert koud douchen op zichzelf geen structurele prestatieverbetering op.

IJsbad na training, comfort of herstel?

IJsbaden zijn populair in de sportwereld, vooral na zware inspanning. Ze voelen verfrissend aan en kunnen pijn tijdelijk verminderen. Pijnvermindering is alleen niet hetzelfde als beter herstel.

Koud water kan het natuurlijke herstelproces zelfs afremmen doordat ontstekingsreacties worden onderdrukt die nodig zijn voor aanpassing. Voor krachtsporters is dit goed onderbouwd. Voor duursporters ligt het genuanceerder, maar ook daar is het bewijs voor structurele voordelen beperkt.

Het draait om timing en doel. Kou kan comfort geven, maar draagt niet automatisch bij aan beter worden.

Extreme voorbeelden en de Wim Hof methode

In de aflevering komt ook de Wim Hof methode aan bod. Wouter was betrokken bij onderzoek waarin Wim Hof werd vergeleken met zijn tweelingbroer. De resultaten zijn indrukwekkend, maar vragen om nuance.

Wim Hof is uitzonderlijk goed in het controleren van zijn stressrespons. Dat maakt hem geen representatief voorbeeld voor de gemiddelde sporter. Zijn prestaties laten zien wat mogelijk is onder extreme omstandigheden, niet wat algemeen haalbaar of wenselijk is.

De waarde van dit soort voorbeelden zit vooral in wetenschappelijke nieuwsgierigheid.

Wat heeft de sporter hier wél aan?

De conclusie van Wouter is nuchter. Kou is geen magische tool. Het vervangt training niet en versnelt progressie niet vanzelf. Voor sporters zit de waarde vooral in comfort, tolerantie en bewustwording.

Wie regelmatig traint in de kou of in koude omstandigheden sport, kan leren daarmee om te gaan. Dat is relevant voor wintertrainingen, open water zwemmen of wedstrijden bij lage temperaturen. Ook helpt koude blootstelling om beter te begrijpen hoe het lichaam reageert op stress.

Wie efficiënter beter wil worden, haalt meer winst uit training, slaap, voeding en consistentie.

Koude training, zin en onzin samengevat

Koude training is geen onzin, maar ook geen wondermiddel. Het is een prikkel die het lichaam tijdelijk uitdaagt. De effecten zijn meetbaar, maar bescheiden. Veel populaire claims gaan verder dan wat de wetenschap ondersteunt.

Door de hype te ontrafelen en de fysiologie centraal te zetten, ontstaat ruimte voor realistische verwachtingen. Kou kan een rol spelen, zolang duidelijk is wat het wel en niet doet.

En precies dát onderscheid maken, is waar Slimmer Presteren om draait.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wat gebeurt er in je lichaam als je jezelf blootstelt aan kou?
Volgens Wouter van Marken Lichtenbelt reageert het lichaam op kou vooral door warmte te willen behouden. Dat gebeurt via rillen en via processen in spieren en vetweefsel die extra energie kosten. Het energieverbruik stijgt daardoor tijdelijk, maar keert daarna snel terug naar normaal.

Kou werkt dus als een acute stressprikkel. Het zet het lichaam even aan, maar leidt niet vanzelf tot langdurige aanpassingen zoals training dat wel doet.

2. Wat is het verschil tussen wennen aan kou en fitter worden door training?
Wouter benadrukt dat koude acclimatisatie iets anders is dan training. Door herhaalde blootstelling aan kou voelen mensen zich sneller comfortabel en gaan ze minder rillen. Dat is vooral een aanpassing in het zenuwstelsel en in gedrag.

Bij training en hitte-acclimatisatie neemt de fysieke capaciteit aantoonbaar toe. Kou verandert dus vooral de tolerantie, niet de conditie of prestatiecapaciteit van sporters.

3. Wat zegt de wetenschap over koud douchen of ijsbaden na het sporten?
Koud douchen en ijsbaden kunnen pijn tijdelijk verminderen en als prettig worden ervaren. Dat betekent volgens Wouter niet automatisch dat het herstel beter verloopt. Koude onderdrukt ontstekingsreacties die juist nodig zijn voor trainingseffecten.

Bij krachtsport is dat duidelijk aangetoond, bij duursporters is het bewijs minder sterk maar ook daar is het voordeel onzeker. Kou kan comfort geven, maar draagt niet vanzelf bij aan beter worden.

4. Wat is de rol van bruin vet bij blootstelling aan kou?
Bruin vet helpt bij warmteproductie en wordt actiever bij kou. Wouter nuanceert het idee dat dit een grote invloed heeft op het metabolisme van volwassenen. De hoeveelheid bruin vet is beperkt en het effect op het totale energieverbruik is klein.

Kou kan bruin vet activeren, maar dat weegt niet op tegen de effecten van bewegen en trainen. Het idee dat kou je stofwisseling structureel versnelt is wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd.

5. Wat kan een sporter praktisch meenemen uit dit gesprek over koude training?
De belangrijkste les is volgens Wouter realistisch blijven. Kou is geen wondermiddel en vervangt training niet. Voor sporters zit de waarde vooral in het leren omgaan met kou en stress, bijvoorbeeld bij wintertrainingen of wedstrijden in koude omstandigheden.

Wie beter wil presteren, haalt meer winst uit consistente training, goede slaap en passende voeding. Kou kan een aanvulling zijn, zolang je weet wat het wel en niet doet.

Video over zin en onzin van kou volgens thermofysioloog Wouter van Marken Lichtenbelt

https://www.youtube.com/watch?v=GbXMaeqM8Dc

Categorieën
Innovaties Seizoen 12 Sportvoeding

249. Slimmer Presteren met een biertje van Thrive

Home » Afleveringen

Dit is de 249e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Het verhaal achter ons partnerschap met Thrive

De aflevering van deze week is anders dan anders. We nemen je mee tijdens ons bezoek aan het hoofdkantoor van Thrive in Gent. Daar gingen we in gesprek met oprichter Laurens D’Hoore en salesmanager Cedric Schatteman om te ontdekken hoe sportbier kan passen in de leefstijl van hardlopers, wielrenners en triatleten.

Het leidde tot een nieuw partnerschap dat we met trots aankondigen. Luisteraars kunnen Thrive nu zelf proberen met kortingscode ‘slimmerpresteren.

Waarom sportbier sporters helpt presteren

Het idee van bier en herstel hebben we al eens helemaal in het begin van onze podcast (aflevering 2) besproken. Het Belgische Thrive kijkt hier op een innovatieve manier naar. Zij wilden een drankje maken dat past bij sociale momenten en tegelijk bijdraagt aan een gezonde, sportieve levenstijl. Alcoholvrij, smaakvol en met functionele voedingsstoffen zoals eiwitten, vitamines en magnesium. Het past bij sporters die bewust trainen, en daarna iets lekkers willen drinken dat niet op een shake lijkt.

In Gent zien Gerrit en Jurgen hoe serieus Thrive dat aanpakt. Het bedrijf werkt samen met wetenschappers, voedingsspecialisten en topsporters aan een drankje dat gemaakt is van alleen maar natuurlijke ingredienten én iets toevoegt op het juiste moment.

Het verhaal achter Thrive

Thrive ontstond tijdens de voorbereiding op een volledige Ironman triatlon. Laurens trainde samen met een groep vrienden en merkte dat een koud biertje na een zware training heerlijk zou zijn. Als Belgen is dat bijna vanzelfsprekend, maar alcohol en herstel gaan niet goed samen. Het alternatief was op dat moment dus nog een herstel-shake gevolgd door alcoholvrij bier. Dat voelde omslachtig.

Daar ontstond een duidelijke visie: Wat als je een alcoholvrij bier kon maken dat tegelijk de juiste voedingsstoffen bevat voor herstel? Om dat idee te ontwikkelen klopten de oprichters aan bij het Leuven Institute for Beer Research, een samenwerking tussen de Universiteit van Leuven en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. In dat centrum wordt al jaren gewerkt aan innovatie in bier. Het bleek de ideale plek om te experimenteren met smaak, ingrediënten en functionaliteit.

Samen met brouwers en wetenschappers ontwikkelde Thrive uiteindelijk het eerste echte sportbier ter wereld. Een drankje dat past bij sociale momenten én bij de actieve leefstijl van sporters.

Waarom Slimmer Presteren met Thrive samenwerkt

Gerrit en Jurgen hebben al diverse voorstellen voor commerciële samenwerking afgewezen. Ofwel om hun onafhankelijkheid te bewaken, of omdat ze niet achter de kernwaarden van het product konden staan. Thrive past wel binnen die twee voorwaarden. Het merk sluit aan bij nieuwsgierigheid naar sportwetenschap en past perfect bij een actieve en gezonde levensstijl van onze luisteraars.

En het is een samenwerking waar de community direct iets aan heeft. Elke bestelling met kortingscode ‘slimmerpresteren levert een voordeel op voor zowel de luisteraar, als ons als makers.

Voor sporters die bewuster omgaan met alcohol of een herstelmoment tastbaar willen maken, is Thrive een laagdrempelige optie. Thrive biedt drie soorten bier:

  • Peak met proteïne voor spierherstel,
  • Play met vitamines B en D voor dagelijkse energie en
  • Unwind met magnesium voor ontspanning.

Wanneer past Thrive in jouw sportleven

Sporters herkennen veel situaties waarin ze iets willen drinken dat goed voelt en past bij hun doelen:

  • Wie meedoet aan Dry January zoekt iets dat helpt om het vol te houden zonder in te leveren op gezelligheid.
  • Wie traint voor een (voorjaars-)marathon of een triathlon merkt dat herstelmomenten steeds belangrijker worden.
  • En wie na een evenement of etentje nog veilig naar huis wil rijden, heeft baat bij een alcoholvrij alternatief.

Thrive past in al die momenten. Het is een biertje dat hoort bij ontspanning en tegelijk aansluit bij een sportieve leefstijl.

Probeer het zelf met kortingscode ‘slimmerpresteren’

Met de kortingscode ‘slimmerpresteren krijgen luisteraars een flinke procentuele korting op hun bestelling. Een mooie kans om te ontdekken of sportbier bij jouw routine past. En tegelijk steun je de podcast, omdat Thrive dankzij de code ziet dat je via ons komt.

Gerrit en Jurgen sluiten af met dezelfde gedachte als in Gent:

Sportbier verandert je training niet, maar het kan wel een prettig onderdeel zijn van je actieve leefstijl. En als je daarmee Slimmer Presteren ondersteunt, wordt de keuze nog makkelijker.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wat maakt sportbier anders dan gewoon alcoholvrij bier?
Volgens Laurens en Cedric gaat het vooral om de functie. Thrive bevat geen alcohol, wel ingrediënten die passen bij het herstelmoment. Denk aan proteïne voor spierherstel, vitamines voor dagelijkse energie of magnesium voor ontspanning.

Alles is ontwikkeld in samenwerking met wetenschappers, zodat smaak en voedingswaarde elkaar versterken. Voor sporters voelt het daardoor natuurlijker dan een shake, terwijl het ook past bij een sociaal moment.

2. Helpt sportbier echt bij herstel na training?
Thrive beweert niet dat één biertje al je herstel regelt. Dat blijft afhankelijk van je totale voeding en training. Wel zorgt de samenstelling ervoor dat je lichaam iets krijgt dat het op dat moment gebruiken kan.

In Peak zit proteïne dat bijdraagt aan het herstel van spieren. Play biedt vitamines die je dagelijkse energie ondersteunen en Unwind helpt ontspannen met magnesium. Het idee is simpel: een drankje dat past bij hoe sporters leven.

3. Voor wie is Thrive vooral bedoeld?
De oprichters richtten zich vanaf het begin op sporters die bewust bezig zijn met gezondheid, maar wél willen genieten van een smaakvol drankje. Dat kan een loper zijn die traint voor een marathon, een triatleet die lange dagen maakt of iemand die meedoet aan Dry January.

Ook sporters die na een training nog moeten rijden herkennen het voordeel. Thrive is vooral gemaakt voor momenten waarop je iets lekkers wilt drinken dat je herstel niet in de weg zit.

4. Hoe gezond is Thrive vergeleken met andere herstelproducten?
Thrive vervangt geen volledig herstelmaal, maar het is een logische optie wanneer je iets lichts en functioneels wilt drinken. Het bevat uitsluitend natuurlijke ingrediënten en elke variant heeft een duidelijke voedingsfunctie. Het past daardoor goed in een actieve leefstijl.

Vooral sporters die shakes vaak te zwaar vinden of die liever iets fris drinken, ervaren het als een prettig alternatief. Het maakt herstel laagdrempelig zonder kunstmatig te voelen.

5. Wanneer kies je voor Peak, Play of Unwind van Thrive?
Dat hangt af van het moment:

  • Na een zware training past Peak, door de proteïne die helpt bij het herstel van spieren.
  • Play is bedoeld voor dagelijkse energie en sluit goed aan bij lichte trainingen of drukke dagen.
  • Unwind is juist gemaakt voor het moment waarop je wilt ontspannen, bijvoorbeeld in de avond of op een rustdag.

De varianten sluiten aan bij verschillende behoeftes in de week van een sporter.

6. Is er een kortingscode voor Thrive?
Ja. Wie Thrive wil proberen kan gebruikmaken van de kortingscode slimmerpresteren. Daarmee krijg je een flinke korting op je bestelling en steun je tegelijk de podcast.

Thrive ziet dankzij de code dat jij via Slimmer Presteren komt. Het is dus een manier om zelf iets nieuws te ontdekken én direct bij te dragen aan het voortbestaan van de show.

Video over slimmer presteren met een biertje van Thrive

https://www.youtube.com/watch?v=-VeZ0UvGtXQ

Categorieën
hardloopschoenen Hardlopen Marathon Seizoen 12 Tips marathon Training en herstel Training marathon

248. Hardlopen zonder blessures: de nieuwste tips uit de wetenschap

Home » Afleveringen

Dit is de 248e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Hardloopblessures voorkomen: wat lopers in 2025 écht moeten weten

Hardloopblessures blijven voor veel lopers een frustrerende verrassing. Je bouwt rustig op, alles voelt goed, en toch duikt er ineens een pijntje op dat een week later ineens een blessure wordt. Die onvoorspelbaarheid maakt hardlopen soms lastig vol te houden.

In de aflevering van deze week onderzoeken Gerrit en Jurgen wat de nieuwste onderzoeken zeggen over hoe hardloopblessures ontstaan en vooral hoe je ze voorkomt.

Met Guido Vroemen schuift een sportarts aan die dagelijks ziet waar het misgaat.

Blessures ontstaan vaak door plotselinge pieken

In de cijfers van VeiligheidNL blijft één ding stabiel terugkomen: een groot deel van de recreatieve lopers raakt vroeg of laat geblesseerd. Volgens nieuwe analyses ligt dat veel minder aan het totaal aantal kilometers dan aan de momenten waarop dat aantal ineens omhoogschiet.

Het lichaam houdt van duidelijkheid en ritme. Een rustige week afwisselen met een zware training of een onverwachte lange duurloop klinkt onschuldig, maar de weefsels ervaren het als een abrupte belasting.

De Runsafe-studie laat zien wat er onder de motorkap gebeurt

De grote Runsafe-studie van Garmin analyseerde trainingsgegevens van meer dan vijfduizend lopers. Die ongekende hoeveelheid data leverde een heldere conclusie op: de bekende verhouding tussen acute en chronische belasting is te grof om blessures mee te voorspellen. Het lichaam reageert subtieler en trager dan één getal kan vangen.

Wat overeind blijft is het belang van geleidelijke opbouw. Weekvolume, intensiteit en herstel bewegen voortdurend met elkaar mee. Wie dat patroon verstoort, vergroot het risico op blessures. De les is simpel: hardloopblessures voorkom je met consistentie, niet met ingewikkelde formules.

Je schoenen vertellen eerder dan jij wanneer ze op zijn

Een van de meest verrassende inzichten komt uit het deelonderzoek naar hardloopschoenen. De onderzoekers keken niet naar demping gemeten in een lab, maar naar demping zoals de loper die ervaart. Dat bleek een veel betere voorspeller. Zodra schoenen platter aanvoelen of minder responsief lijken, stijgt het blessurerisico, zelfs wanneer ze visueel nog prima ogen.

Wie afwisselt tussen twee of drie paar verspreidt de belasting over meerdere zoolconstructies. Dat geeft je voeten en pezen steeds een net andere prikkel, waardoor je belastbaarheid stabieler blijft.

Hoe ouder je wordt, hoe belangrijker je totale beweeggedrag wordt

Het idee dat leeftijd op zichzelf een blessurerisico vormt, klopt maar gedeeltelijk. Uit de studies blijkt dat veel ongemakken te herleiden zijn tot minder bewegen. Wie ouder wordt én minder actief is, verliest belastbaarheid. Dat merk je als hardloper. Met regelmatig bewegen en duidelijke rustmomenten blijft het lichaam beter reageren op trainingsprikkels.

Guido Vroemen ziet dezelfde patronen bij triatleten

Aan het eind van de aflevering deelt Guido zijn praktijkervaring. In zijn testruimte ziet hij dat veel blessures terug te voeren zijn op een te snelle opbouw of te weinig herstel. Triatleten combineren drie sporten en hebben daardoor de neiging om trainingen op te stapelen zonder goed naar vermoeidheid te kijken. Guido let vooral op het totale weekvolume, omdat dat het beste laat zien hoeveel een sporter aan kan.

Zijn advies sluit naadloos aan bij de onderzoeksresultaten: bouw controle in je trainingsweek, herken de eerste signalen van vermoeidheid en kies af en toe voor herstel in plaats van extra kilometers.

Wat kun je vandaag doen om hardloopblessures te voorkomen

Hardlopen blijft een prachtige, laagdrempelige sport, maar de belasting vraagt om aandacht. Met drie simpele principes bouw je een stevig fundament. Houd je weekvolume stabiel en verhoog het geleidelijk. Wissel je schoenen af en vertrouw op het gevoel in je voeten. Geef jezelf ruimte om te herstellen wanneer je merkt dat je lichaam subtiele signalen geeft.

Wie die basis op orde heeft, loopt niet alleen blessurevrijer maar krijgt ook meer plezier in elke ronde.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wat is de belangrijkste reden dat hardlopers toch geblesseerd raken, zelfs als ze rustig trainen?

Veel blessures ontstaan niet door hoe veel je loopt, maar door hoe snel je belasting verandert. Een rustige week gevolgd door een stevige duurloop of een plotselinge toename van kilometers voelt logisch, maar je lichaam ervaart het als een piekbelasting. Pezen en spieren reageren trager dan je motivatie en hebben tijd nodig om belastbaarheid op te bouwen. Door weekvolumes geleidelijk te verhogen en grote schommelingen te vermijden, verklein je het blessurerisico al aanzienlijk.

2. Hoe herken je vroege signalen van overbelasting voordat het een echte blessure wordt?

Het lichaam fluistert altijd eerst. Lichte stijfheid die langer blijft hangen dan normaal, een plek die de tweede dag gevoeliger is dan de eerste of een herhalend zeurend gevoel tijdens rustige trainingen zijn belangrijke signalen. Als je merkt dat je loopritme verandert om iets te ontzien is dat een teken om rustiger te lopen of een alternatieve training te doen. Vroege herkenning voorkomt dat een klein signaal verandert in weken herstel.

3. Helpt het om schoenen te wisselen om hardloopblessures te voorkomen?

Ja, afwisseling blijkt een sterke beschermende factor. Uit recente studies blijkt dat lopers die twee of drie paar schoenen door elkaar gebruiken minder blessures ontwikkelen. De reden is eenvoudig: elke schoen belast je voeten en pezen net anders, waardoor de belasting zich beter verdeelt. Let vooral op het gevoel van demping. Zodra een schoen platter aanvoelt of minder responsief lijkt, is dat een beter signaal dan het aantal kilometers dat erop staat.

4. Wat zeggen de nieuwste onderzoeken over een veilige trainingsopbouw?

Data uit grote lopersgroepen laten zien dat rigide formules zoals de acute chronische verhouding onvoldoende voorspellen hoe een lichaam reageert op training. Het draait om een stabiel ritme in je weekvolume, een duidelijke afwisseling tussen intensiteit en herstel en een voorkeurslijn die je per week iets omhoog tilt. Hardloopblessures voorkom je vooral door consistentie. Kleine stappen leveren meer op dan scherpe sprongen vooruit.

5. Is ouder worden echt een grotere risicofactor voor hardloopblessures?

Leeftijd op zichzelf is minder bepalend dan vaak wordt gedacht. De echte invloed zit in hoeveel je beweegt. Wie ouder wordt en minder actief is verliest belastbaarheid, en dat voel je sneller tijdens het lopen. Regelmatig bewegen en voldoende herstelmomenten houden het lichaam robuust. Veel vijftigplussers die wekelijks trainen ervaren minder blessurerisico dan dertigers die onregelmatig lopen.

6. Wat raadt sportarts Guido Vroemen aan om blessures te voorkomen tijdens opbouw naar een evenement?

Guido kijkt vooral naar het totale weekvolume. Dat getal laat het beste zien hoeveel belasting een sporter echt aan kan. Hij ziet in zijn praktijk dat veel blessures ontstaan doordat lopers te snel denken dat ze hersteld zijn en nieuwe trainingen bovenop vermoeidheid stapelen. Door wekelijks vooruit te plannen, duidelijke herstelmomenten in te bouwen en je lichaam serieus te nemen wanneer het signalen geeft, blijf je langer belastbaar en bouw je veilig naar een race toe.

Video over hardlopen zonder blessures: de nieuwste tips uit de wetenschap

https://www.youtube.com/watch?v=omy6uBXPHrM

Categorieën
Interview met gast Seizoen 12 Wielrennen

247. Hoe win je een virtuele koers? Over het geheim van racen op Zwift met Bob Dickhoff

Home » Afleveringen

Dit is de 247e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Hoe win je een Zwift race? Bob Dickhoff legt het uit

Wie voor het eerst een virtuele koers in duikt voelt meteen hoe direct Zwift reageert. Het peloton vormt sneller, de versnellingen volgen elkaar sneller op en het tempo ligt vaak hoger dan buiten.

In de aflevering van deze week onderzoeken Gerrit en Jurgen samen met Bob Dickhoff, organisator van de ZwiftNL Racing League, wat je nodig hebt om niet alleen mee te doen maar ook echt kans te maken op winst.

Bob kent de dynamiek van virtueel racen door en door en laat zien dat winnen op Zwift begint bij inzicht, ritme en slimme keuzes.

De start bepaalt of je mee kunt doen

Een Zwift race opent anders dan een buitenwedstrijd. De eerste meters zijn geen rustige aanloop. Het peloton zit direct op snelheid en wie die versnelling mist, raakt de aansluiting kwijt voordat de benen warm zijn. Dat komt doordat Zwift weinig inertie kent.

Je moet meteen vermogen leveren om in het peloton te komen. Het voelt even onnatuurlijk, maar deze harde start hoort bij het spel. Daarna ontstaat pas de ruimte om je positie te vinden.

Kiezen vóór de race: categorie, materiaal en voorbereiding

De belangrijke keuzes maak je al voordat je op Start drukt. De juiste categorie bepaalt hoe eerlijk en uitdagend je race wordt. Wie te hoog instapt rijdt constant op de limiet. Wie te laag instapt wordt teruggezet. Zwift kijkt steeds vaker naar je vermogen over langere tijd, waardoor je eigen wattageprofiel beter laat zien waar je thuishoort.

Ook materiaal speelt mee. Fietsen en wielsets verschillen in aerodynamica en acceleratie. Het levert geen wonderen op, maar in een sprint of op een glooiend parcours kan een snellere set net genoeg voordeel geven om te kunnen reageren op een aanval.

Drafting en positionering: het fundament van een goede race

Drafting werkt op Zwift, alleen moet je leren zien wanneer je in de luwte zit. Het gaat om kleine positieverschillen. Te ver naar voren kost energie, te ver naar achteren vergroot de kans dat je net op het verkeerde moment een gaatje laat vallen. De beste renners rijden bewust in het midden van de groep waar je het minste vermogen hoeft te trappen.

Bob ziet dat positionering vaak belangrijker is dan pure kracht. Renners die hier aandacht voor hebben, houden hun benen fris en kunnen op de juiste momenten reageren.

Power-ups als koersinstrument

Power-ups geven een extra laag aan het racen. Ze voelen speels, maar renners die veel winnen gebruiken ze doelgericht. Bekende power-ups zoals de Aero Boost, de Feather en de Draft laten je inspanning net iets efficiënter verlopen.

De Aero gebruik je bij voorkeur in een sprint, de Feather op een steile helling en de Draft in een snelle groep. Het verschil zit in de timing. Op momenten waarop het peloton op één lijn trekt of een klimmetje versnelt kan een juiste power-up bepalen of je erbij blijft. Wie power-ups slim inzet, heeft meer controle over het koersverloop.

Het mentale spel van schakelen

Zwift geeft weinig rust. In plaats van lange fases waarin het peloton stabiliseert, volgt het ritme van versnellen en herstellen elkaar snel op. Het vraagt vertrouwen in je eigen vermogen en in de dynamiek van het peloton. Veel renners verliezen hun race doordat ze te vaak vol meegaan met een versnelling of blijven hangen in een te zwaar tempo.

Bob ziet dat renners die leren schakelen veel vaker terugkeren na een lastig moment. Zwift draait om korte keuzes, constante alertheid en het inzicht dat elk nieuw moment weer in jouw voordeel kan zijn.

Parcourskennis geeft rust en overzicht

Zwift heeft tientallen routes, maar een groot deel daarvan komt telkens terug in vaste wedstrijden en leagues. Wie weet waar het tempo omhooggaat, waar het peloton vaak breekt en waar je even kunt herstellen, racet met veel meer rust. Renners die de route kennen hoeven niet te gokken. Ze sparen op de goede momenten en anticiperen op wat het peloton waarschijnlijk gaat doen.

Bob ziet dat de community hierin een enorme bron van kennis is. Door samen te rijden en ervaringen te delen leer je sneller hoe een race zich meestal ontwikkelt.

Wanneer wordt winnen realistisch

Winnen hangt niet alleen af van absolute wattages. Renners die hun pieken bewaren voor de juiste momenten, energie sparen wanneer het kan en met aandacht naar het peloton kijken, komen vaak verrassend ver.

Bob ziet dat winnaars niet per se de sterkste renners zijn maar de renners die het spel begrijpen. Zwift beloont overzicht, timing en zelfbeheersing. Wie daarop traint, ziet steeds meer kansen ontstaan.

Samen beter worden: de Slimmer Presteren Club op Zwift

Voor luisteraars die willen groeien in virtueel racen is er een laagdrempelige manier om structureel beter te worden. In de Slimmer Presteren Club op Zwift rijdt elke week een vaste groep luisteraars een gezamenlijke training. Het tempo past zich automatisch aan het niveau van de deelnemers aan. Iedereen traint samen, ongeacht het vermogen.

Het is gezellig, leerzaam en je ontdekt spelenderwijs hoe Zwift reageert. Het is de ideale plek om beter te worden, kennis te delen en jezelf klaar te maken voor de volgende race.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Waarom is de start van een Zwift race zo bepalend voor je kansen op winst?

De start van een Zwift race voelt intens, maar dat is precies waarom hij zo belangrijk is. Zwift reageert direct op vermogen en het peloton zit binnen seconden op snelheid. Wie dan nog rustig opbouwt, verliest direct de aansluiting. Een goede start betekent dat je al vóór het aftellen hoog in je vermogen zit. Zo val je meteen in de groep en kun je daarna pas stabiliseren. Zonder die aansluiting wordt winnen praktisch onmogelijk.

2. Hoe bepaal je in welke Zwift categorie jij het beste kunt racen?

Categorieën op Zwift zijn bedoeld om races eerlijk en uitdagend te houden. Zwift kijkt steeds vaker naar je vermogen over langere tijd, waardoor je eigen vermogensprofiel goed laat zien waar je hoort. In een te hoge categorie rijd je steeds op de limiet. In een te lage categorie word je teruggezet. De juiste categorie is de plek waar jij tactisch kunt racen, kunt reageren op versnellingen en een sprint kunt voorbereiden. Pas dan kun je groeien richting winst.

3. Welke power-ups zijn het meest effectief om een Zwift race te winnen?

De Aero Boost, Feather en Draft leveren het meeste voordeel op. De Aero is ideaal voor een sprint of een snelle groep. De Feather helpt op steile hellingen of korte versnellingen. De Draft werkt goed wanneer het peloton langgerekt is en het vermogen piekt. Het echte verschil zit in de timing. Met een goed geplaatste power-up overleef je kritieke fases en houd je energie over voor de finale. Slimme inzet van power-ups is vaak een belangrijk onderdeel van winnen.

4. Hoe ga je om met de constante tempowisselingen in Zwift races?

Zwift kent weinig echte rust. De koers beweegt voortdurend en kleine versnellingen kunnen grote gevolgen hebben. Renners die winnen reageren niet op elke piek maar op het ritme van het peloton. Ze schakelen snel en blijven rustig wanneer het tempo even oploopt. Door vaker te racen leer je herkennen wanneer een versnelling slechts een rimpel is en wanneer je echt moet reageren. Dat inzicht maakt dat je je inspanning beter verdeelt en minder energie verspilt.

5. Waarom geeft parcourskennis zo veel voordeel in Zwift races?

Veel routes op Zwift keren terug in vaste leagues en series. Daardoor ontstaan herkenbare patronen: punten waar het peloton breekt, stukken waar je kunt herstellen en segmenten waar iedereen versnelt. Wie de route kent racet met meer overzicht. Je spaart energie op de juiste momenten en je anticipeert op plekken die bepalend zijn voor de uitslag. Bob ziet dat sterke renners vaak niet harder trappen, maar beter voorspellen wat er komt. Dat geeft rust én controle.

6. Hoe word je structureel beter in Zwift racen?

Beter worden vraagt regelmaat, inzicht en feedback. Wie vaker met dezelfde groep rijdt ziet sneller wat werkt. De Slimmer Presteren Club op Zwift is daar ideaal voor. Je traint samen op je eigen niveau en ervaart hoe Zwift reageert in klimmen, sprints en tempowisselingen. Die ervaring neem je automatisch mee naar je races. Je leert doseren, positioneren en reageren. Dat maakt je een sterkere renner en brengt een podiumplek dichterbij.

Video over de ultieme gids voor Zwift racen

https://www.youtube.com/watch?v=O5-mNDRZwvw

Categorieën
Masters of Movement Seizoen 12

246. Help mee aan een actieve start van de schooldag volgens de ASM Masters of Movement

Home » Afleveringen

Dit is de 246e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Help mee aan een actieve start van de schooldag

Kinderen die lopend, steppend of op de fiets naar school gaan, vormden ooit het straatbeeld. Inmiddels is dat eerder uitzondering dan regel en zien we vooral auto’s en bakfietsen voor de schoolpoorten. Het gevolg is zichtbaar in de gymzaal en op het schoolplein: minder vaardigheid, minder zelfvertrouwen en minder plezier in bewegen. Hoe keren we dat om?

Tijdens de Masters of Movement-bijeenkomst in Amsterdam gingen onderzoekers en praktijkexperts op zoek naar antwoorden. In deze aflevering delen Gerrit en Jurgen de belangrijkste inzichten, met als centrale vraag hoe we kinderen weer actief naar school krijgen.

De winst van een actieve start voor de rest van de dag

Volgens Geert Savelsbergh is de dag beginnen met beweging een krachtige interventie. Het is goed voor de motorische ontwikkeling, maar ook voor aandacht en concentratie in de klas. Onderzoek laat zien dat kinderen die op eigen kracht naar school gaan motorisch vaardiger zijn en makkelijker leren. Het ochtendritueel wordt daarmee een dagelijks oefenmoment voor balans, coördinatie en zelfvertrouwen. Het lijkt klein, maar de effecten stapelen zich op.

Voor Gerrit en Jurgen werd vooral duidelijk hoe logisch dit klinkt en hoe ver het ondertussen van de dagelijkse praktijk verwijderd is. De vraag die dan meteen opkomt: hoe krijgen ouders, scholen en sportclubs hetzelfde doel voor ogen, zodat bewegen weer de natuurlijke standaard wordt?

De motorische basis als sleutel tot meedoen en volhouden

Pim Koolwijk liet tijdens de avond zien waarom juist de fundamentele motorische vaardigheden zoveel uitmaken. Kinderen die soepel kunnen draaien, springen, remmen en sturen, stappen makkelijker in een spel of sportactiviteit. Zijn onderzoek laat zien dat er een vaardigheidsdrempel bestaat: wie daaronder blijft, haakt sneller af. Niet omdat ze niet willen, maar omdat hun lichaam nog niet kan wat de situatie vraagt.

In het tweede deel van de avond mochten de aanwezigen dat direct zelf ervaren. Jurgen stapte op zowel de BMX als de step en merkte hoe uitdagend en speels die vormen van bewegen zijn. Het liet precies zien wat Pim bedoelt. Variatie in bewegen verruimt je motoriek en geeft kinderen en volwassenen nieuwe manieren om vertrouwen op te bouwen.

Hoe sportverenigingen en ouders het verschil maken

Een van de belangrijkste inzichten uit de avond is dat sportverenigingen een cruciale rol spelen in de motorische ontwikkeling van kinderen. Clubs zijn plekken waar kinderen vaardigheden opdoen die ze thuis of op school niet vanzelfsprekend krijgen. Trainers die durven variëren en spelen vormen daarmee een essentieel onderdeel van de oplossing. Het vraagt om kennis, vertrouwen en vooral de ruimte om kinderen op hun eigen niveau te laten ontdekken.

Voor ouders geldt iets vergelijkbaars. Ze hoeven niet te coachen of bij te sturen, maar wel ruimte te geven. Een kind dat mag proberen en struikelen bouwt aan vaardigheid en veerkracht. Dat geldt ook voor volwassenen zelf. Tijdens de avond werd duidelijk dat onze eigen beweegroutine vaak niet veel breder is dan die van de kinderen waar we ons zorgen over maken. Wie zelf vaker de fiets pakt of een actieve route kiest, laat vanzelf zien dat bewegen erbij hoort.

De feiten en fabels over veiligheid

Veiligheid is vaak het argument om kinderen niet zelfstandig te laten fietsen. Myrthe Heijnen van VeiligheidNL liet zien waarom dat beeld nuance verdient. De meeste fietsongelukken bij kinderen ontstaan doordat ze te weinig vaardigheid hebben, niet door gevaarlijke verkeerssituaties. Door kinderen vooral te vervoeren in plaats van ze zelf te laten bewegen, versterken we juist de oorzaak van dat probleem.

Bij tieners speelt de e-bike een belangrijke rol. De hogere snelheid vraagt om betere stuurvaardigheid en meer inschattingsvermogen, terwijl kinderen in deze leeftijdsgroep juist minder ervaring hebben. Het is daarom belangrijker dat ze leren omgaan met hun fiets en het verkeer dan dat we proberen alle risico’s te vermijden. Actief naar school gaan is daarmee niet alleen een manier om gezonder te leven, maar ook om veiliger te worden.

Samen de beweging op gang brengen

Wat deze aflevering zo inspirerend maakt, is dat de oplossing niet ligt in grote plannen maar in dagelijks gedrag. Kinderen willen best bewegen, zeker wanneer ze zien dat hun vrienden en ouders dat ook doen. Verenigingen kunnen helpen door een speels en gevarieerd sportklimaat te bieden. Professionals weten waar de winst te halen is, zolang we die inzichten durven toepassen.

Deze aflevering is onderdeel van de reeks verslagen van ASM Masters of Movement-bijeenkomsten en maakt duidelijk dat alle puzzelstukken bij elkaar komen. Kinderen die bewegen worden vaardiger. Kinderen die vaardiger worden bewegen meer. En kinderen die meer bewegen beleven meer plezier, leren makkelijker en blijven langer actief.

Het begint klein, maar de impact is groot. Een actieve route, een nieuwe oefening, een trainer die ruimte geeft. Zo bouwen we samen aan een generatie die de dag weer actief begint.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wat levert een actieve start van de schooldag op voor de concentratie van kinderen?
Geert Savelsbergh laat in zijn onderzoek zien dat bewegen vóór school direct invloed heeft op hoe kinderen leren. Door te lopen, fietsen of steppen wordt het brein actiever en kunnen kinderen zich beter focussen zodra ze de klas binnenstappen. Het lichaam krijgt een natuurlijke opwarming, de bloedcirculatie komt op gang en kinderen voelen zich alerter. Het effect is voelbaar in hun gedrag en zichtbaar in hun resultaten. Een actieve route naar school wordt zo een dagelijkse investering in leerprestaties.

2. Waarom zijn fundamentele motorische vaardigheden zo belangrijk om mee te kunnen doen op school en in sport?
Pim Koolwijk benadrukt dat kinderen pas echt plezier ervaren in sport en spel wanneer hun lichaam kan wat de situatie vraagt. Draaien, springen, remmen en balanceren vormen de basis waarop alle andere vaardigheden worden gebouwd. Zijn onderzoek laat zien dat kinderen die deze basis missen sneller afhaken, soms uit schaamte, soms uit frustratie. Door variatie in beweging aan te bieden, bijvoorbeeld via fietsen, steppen of spelen buiten, groeit hun motoriek en daarmee hun zelfvertrouwen.

3. Wat zijn de grootste misverstanden over veiligheid wanneer kinderen zelfstandig naar school fietsen?
Myrthe Heijnen ziet dat veel ouders denken dat verkeer te gevaarlijk is, terwijl de meeste ongelukken ontstaan door gebrek aan fietsvaardigheid. Kinderen leren risico’s inschatten door te oefenen, niet door vervoerd te worden. Ze benadrukt dat veel ‘gevaar’ ontstaat uit onervarenheid, afleiding of onhandigheid, niet uit drukte op de weg. Wie stap voor stap ervaring opbouwt, helpt kinderen juist veiliger te worden. De weg mijden neemt het risico niet weg, maar verlaagt vaardigheid.

4. Hoe ga je om met de extra risico’s die tieners lopen op e-bikes en fatbikes?
Volgens Myrthe vraagt de hogere snelheid van e-bikes om extra stuurvaardigheid en bewustzijn. Tieners hebben vaak minder rijervaring terwijl ze tegelijk sneller rijden en elkaar soms onder druk zetten om tempo te maken. De oplossing ligt niet in verbieden, maar in begeleiden. Oefenen in sturen, remmen en inschatten helpt kinderen om controle te houden wanneer het snel gaat. Door samen routes te verkennen en te praten over risicosituaties bouw je aan veilige zelfstandigheid.

5. Hoe kunnen ouders zelf bijdragen aan een actievere route naar school zonder dat het extra tijd kost?
Veel ouders denken dat actief naar school gaan tijdrovend is, terwijl kleine keuzes al veel verschil maken. Een blokje om lopen naar de bakker, de fiets pakken voor korte ritten of een vaste loop- of fietsdag invoeren creëert routine. Wie zelf actief naar werk of sport gaat geeft bovendien een krachtig voorbeeld. Kinderen zien wat normaal is en sluiten daarbij aan. Het gaat niet om grote veranderingen, maar om een leefstijl waarin beweging vanzelfsprekend wordt.

6. Wat kunnen volwassenen zélf leren van het idee achter actief naar school?
De inzichten uit deze avond gelden zeker ook voor volwassenen. Wie zijn dag begint met beweging merkt dat dezelfde voordelen optreden: een frissere start, betere concentratie en meer energie. Net als bij kinderen levert variatie winst op. Wanneer je afwisselt tussen fietsen, wandelen of een kort krachtmoment voel je dat lichaam en brein makkelijker schakelen. Het idee achter actief naar school gaat uiteindelijk over routine en voorbeeldgedrag. Wie het zelf toepast vergroot de kans dat kinderen het overnemen.

Video over een actieve start van de schooldag volgens de ASM Masters of Movement

https://www.youtube.com/watch?v=7TRl9sv0Go4

Categorieën
Hardlopen Seizoen 12 Wielrennen

245. Runner’s face: versnelt hardlopen de veroudering van je huid?

Home » Afleveringen

Dit is de 245e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Runner’s face: versnelt hardlopen de veroudering van je huid?

Diepe rimpels, ingevallen wangen en een dunne huid: het beeld van de Runner’s face duikt regelmatig op in tijdschriften en sociale media. De gedachte is dat fanatiek hardlopen het gezicht sneller laat verouderen. Maar is dat echt zo?

In deze aflevering onderzoeken Gerrit en Jurgen wat de wetenschap zegt over de invloed van sport op je huid, en hoe je die gezond houdt.

Waar komt het idee vandaan?

Het fenomeen Runner’s face heeft geen wetenschappelijke oorsprong. Het is een populaire term die vooral gebaseerd is op observaties van dermatologen en sporters zelf. Het idee: wie veel sport, verbrandt vet in het gezicht, waardoor de huid dunner en minder vol lijkt. Toch blijkt uit onderzoek dat beweging op zichzelf niet zorgt voor snellere huidveroudering.

De verschillen die we zien tussen sporters en niet-sporters hangen vooral samen met leefstijl. Duursporters hebben vaak een lager vetpercentage en brengen meer tijd buiten door. Dat betekent meer blootstelling aan zon, wind en kou; precies de factoren die wél bekendstaan als veroorzakers van rimpels en pigmentvlekken.

Wat de wetenschap laat zien

Wetenschappelijk bewijs voor Runner’s face ontbreekt, maar er is wel veel bekend over hoe de huid reageert op zware inspanning. UV-straling blijkt de grootste boosdoener: langdurige blootstelling aan de zon veroorzaakt oxidatieve stress, die het collageen in de huid aantast. Daardoor verliest de huid stevigheid en elasticiteit.

Ook uitdroging, tekorten aan antioxidanten en een laag vetpercentage dragen bij aan een oudere uitstraling. Fanatieke duursporters hebben daardoor een iets hoger risico op huidschade dan matig actieve mensen.

Aan de andere kant blijkt regelmatige beweging juist beschermend te werken: sport bevordert de doorbloeding, stimuleert celvernieuwing en kan de natuurlijke veroudering vertragen.

Het verschil tussen een gezonde gloed en een verweerde huid hangt dus niet af van de kilometers die je maakt, maar van hoe goed je je huid beschermt tijdens en na het sporten.

Zon, zweet en zonde van het vergeten

Toch blijkt zonbescherming voor veel sporters een blinde vlek. Slechts een klein deel smeert zich consequent in, zelfs bij hoge zonkracht. Veel lopers en fietsers zien zonnebrand als iets voor op vakantie, niet voor een rondje door de polder. Maar de cumulatieve blootstelling aan UV-straling telt snel op: elk uurtje zonder bescherming laat zijn sporen na.

Daarnaast speelt zweet een rol. Zout en wrijving kunnen de huid uitdrogen en irriteren, zeker in combinatie met wind of kou. Voldoende hydrateren en de huid na afloop goed reinigen helpt om dat effect te beperken.

De praktijk: zonnebescherming in de sport

In het slot van de aflevering vertelt sportarts Guido Vroemen hoe topsporters omgaan met zonblootstelling. Triatleten en wielrenners trainen vaak uren in de volle zon. Volgens Guido is goede voorbereiding de enige manier om schade te voorkomen: een zonnebrand met hoge factor, ruim op tijd aangebracht, en kleding die de huid deels bedekt.

Tijdens wedstrijden opnieuw smeren is meestal geen optie, dus de basis moet vóór de start goed zijn.

Uit zijn ervaring blijkt dat verbranding niet alleen ongemakkelijk is, maar ook invloed heeft op prestaties. Een verbrande huid belast het lichaam extra: het kost energie om te herstellen en verstoort de vochtbalans. Wie zijn huid goed verzorgt, herstelt sneller en presteert beter.

Kun je huidveroudering door sport voorkomen?

Hoewel Runner’s face als fenomeen niet wordt ondersteund door onderzoek, zijn de lessen uit deze aflevering duidelijk. De huid heeft bescherming nodig, zeker bij buitensport. Hydratatie, zonnebrand, gezonde voeding en herstelmomenten maken een groot verschil.

Een interessante studie die Jurgen bespreekt, laat zien dat zelfs gezichtsoefeningen de huid iets strakker kunnen maken. Vrouwen die twintig weken lang dagelijks gezichtsspieren trainden, werden door onafhankelijke beoordelaars gemiddeld twee jaar jonger geschat. Het bewijs is beperkt, maar het toont aan dat de huid zich wél laat beïnvloeden door training, net als de rest van het lichaam.

De nuchtere conclusie

Hardlopen maakt je niet oud. De term Runner’s face klinkt spectaculair, maar is vooral een misverstand dat te veel eer aan de sport zelf geeft.

De echte oorzaken van een oudere huid zijn zon, uitdroging en voedingstekorten; niet de beweging, maar de omstandigheden waarin je beweegt.

Wie verstandig traint, smeert en drinkt, hoeft zich over rimpels geen zorgen te maken. Sterker nog: beweging helpt je huid juist om gezond te blijven. Een fitte huid begint dus bij hetzelfde principe als een fit lichaam: regelmatig bewegen, goed eten en slim herstellen.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Wordt je huid echt sneller oud als je veel sport?
Nee. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat hardlopen of fietsen je huid sneller laat verouderen. Wat wél invloed heeft, is zonblootstelling, uitdroging en een laag vetpercentage.

Sporters met weinig vet in het gezicht kunnen er wat ingevallen uitzien, maar dat is geen teken van schade. Beweging stimuleert juist de doorbloeding en vertraagt het natuurlijke verouderingsproces.

2. Waarom hebben fanatieke buitensporters vaker last van huidproblemen?
Omdat ze simpelweg veel buiten zijn. De combinatie van zon, wind, zweet en kou tast de beschermlaag van de huid aan. Zonder zonnebrand kan UV-straling het collageen in de huid beschadigen, waardoor die minder elastisch wordt.

Jurgen noemt dat de belangrijkste factor achter het idee van een Runner’s face. Wie zich goed insmeert en hydrateert, vermindert dat risico aanzienlijk.

3. Hoe belangrijk is zonnebrand tijdens het sporten echt?
Volgens Guido Vroemen net zo belangrijk als drinken of eten. Zonverbranding kost het lichaam energie, verstoort de vochtbalans en kan prestaties beïnvloeden.

Een zonnebrandcrème met factor 30 of 50, ruim vóór het sporten aangebracht, is essentieel. Smeren bij bewolking is ook zinvol, want UV-straling gaat dwars door wolken heen. Regelmaat is belangrijker dan dikte: beter vaak een dunne laag dan af en toe te veel.

4. Wat kan ik doen om huidveroudering door sport te voorkomen?
Bescherming begint met gezonde gewoontes. Hydrateer goed, eet gevarieerd en gebruik producten met antioxidanten zoals vitamine C en E. Draag bij felle zon een pet of shirt met mouwen.

Beperk trainen midden op de dag, en geef je huid na inspanning tijd om te herstellen. Guido benadrukt: huidverzorging is geen luxe, maar onderdeel van slim presteren.

5. Helpt het om extra te smeren na het sporten?
Ja, dat helpt vooral bij herstel. Na het douchen kun je een lichte, hydraterende crème gebruiken om vocht en vet terug te brengen in de huid. Dat voorkomt irritatie en houdt de huid soepel.

Bij verbranding kan een gel met aloë vera of menthol verlichting geven. Het doel is niet om de schade te verbergen, maar om het herstel te ondersteunen.

6. Kunnen gezichtsoefeningen echt helpen tegen rimpels?
Het bewijs is nog dun, maar er zijn interessante signalen. In een studie leek de huid na twintig weken lichte gezichtsoefeningen iets strakker. Jurgen ziet het vooral als een leuke aanvulling: beweging in het gezicht kan de doorbloeding verbeteren.

Verwacht geen wonderen, maar net als bij sport geldt: consistentie werkt. Uiteindelijk is bescherming tegen zon en uitdroging veel effectiever tegen een Runner’s face.

Video over runner’s face: versnelt hardlopen de veroudering van je huid?

https://www.youtube.com/watch?v=mt5cfQJmUAI

Categorieën
Seizoen 12 Sportvoeding

244. Gezond en fit ouder worden met alternatieve eiwitbronnen volgens Lotte Koopmans

Home » Afleveringen

Dit is de 244e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Gezond en fit ouder worden met alternatieve eiwitbronnen volgens Lotte Koopmans

Hoe blijf je sterk en fit als je ouder wordt? En kunnen alternatieve eiwitbronnen helpen om spiermassa en herstel op peil te houden?
In de aflevering van deze week schuift Lotte Koopmans aan bij Gerrit en Jurgen. Ze is arts-onderzoeker aan het Radboudumc en promoveerde op onderzoek naar de rol van eiwit in het herstelvermogen van actieve ouderen.

Wat blijkt: de bron van je eiwit maakt meer verschil dan je denkt.

Waarom eiwit cruciaal blijft bij ouder worden

Eiwit vormt de basis van spierbehoud en herstel. Toch haalt bijna een derde van de ouderen de aanbevolen hoeveelheid niet. Volgens Lotte is dat een onderschat probleem: “Wie te weinig eiwit eet, verliest sneller spiermassa en herstelt trager. Dat vergroot de kans op kwetsbaarheid en blessures.”

Bij het ouder worden reageert het lichaam minder sterk op de prikkel van voeding en training, een verschijnsel dat onderzoekers anabole resistentie noemen. Daarom hebben ouderen meer eiwit nodig om dezelfde spierreactie te krijgen als jongere sporters. De kwaliteit van het eiwit speelt daarbij een grote rol.

De zoektocht naar alternatieve eiwitbronnen

In haar promotieonderzoek keek Lotte naar het effect van verschillende eiwitbronnen op door beweging veroorzaakte spierschade. Daarbij vergeleek ze traditionele dierlijke eiwitten met duurzamere alternatieven, zoals erwteiwit en meelwormeiwit.

De eerste studie liet zien dat melkeiwit nog altijd het meest effectief is bij spierherstel. Deelnemers die melkeiwit kregen, hadden lagere bloedwaarden van spierschade dan degenen met erwteiwit of een placebo. Toch was het verschil kleiner dan verwacht, wat aangeeft dat ook plantaardige eiwitten potentie hebben bij voldoende inname.

In een vervolgonderzoek, uitgevoerd tijdens de Vierdaagse van Nijmegen, testte ze meelwormeiwit als nieuw alternatief. Dat bleek niet beter dan melkeiwit in herstel, maar toonde wél een lichte toename in spiermassa na twaalf weken. Volgens Lotte een interessant signaal dat duurzame eiwitten mogelijk meer kunnen dan we nu denken.

Van meelworm tot maaltijd

Insecten als eiwitbron roepen vaak weerstand op, maar qua voedingswaarde zijn ze verrassend compleet. Meelwormeiwit bevat alle essentiële aminozuren en lijkt sterk op dierlijke eiwitten, terwijl de ecologische voetafdruk veel kleiner is.

Toch is acceptatie een uitdaging, zeker bij ouderen. Supplementen of shakes zijn niet populair. Daarom richt Lotte zich nu op volwaardige voeding waarin alternatieve eiwitbronnen verwerkt zijn, zoals brood, pasta of soep. “Als het smaakt, herkend wordt en makkelijk in het dagelijks eetpatroon past, dan werkt het,” zegt ze.

De sleutel ligt dus niet alleen in de wetenschap, maar in gedrag. Het gaat om gewoontes, smaak en gemak; factoren die bepalen of nieuwe eiwitbronnen echt kans maken.

Wat sporters van alle leeftijden kunnen leren

Hoewel het onderzoek zich richtte op ouderen, is de boodschap breder. Ook jongere sporters kunnen profiteren van variatie in hun eiwitinname. Gerrit merkt op dat veel sporters nog vooral dierlijke eiwitten gebruiken, terwijl alternatieve eiwitbronnen prima kunnen bijdragen aan herstel en spieropbouw.

Jurgen vult aan dat timing minstens zo belangrijk is als hoeveelheid: “Wie direct na inspanning eiwit neemt, herstelt sneller. En variatie in bronnen houdt je lichaam alert.”

Lotte benadrukt dat duurzaamheid geen tegenstelling is van prestatie. “Het is juist de kunst om voeding te vinden die én goed is voor je lijf, én beter voor de planeet.”

Wat betekent dit voor jou als sporter?

Voor iedereen die actief wil blijven op latere leeftijd, is het advies helder: eet genoeg eiwit, verspreid over de dag, en wissel af in bronnen. Combineer plantaardig en dierlijk, of probeer een product met een nieuw type eiwit. Wie experimenteert met alternatieve eiwitbronnen, kan zo bijdragen aan een gezondere en duurzamere toekomst, zonder aan prestaties in te boeten.

De conclusie van Gerrit en Jurgen is nuchter: melkeiwit blijft de maatstaf, maar de horizon verbreedt zich snel. Wat vandaag nog een experiment lijkt, kan morgen de standaard zijn.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Waarom hebben ouderen eigenlijk meer eiwit nodig dan jongeren?
Ouder worden gaat vaak gepaard met een verminderde gevoeligheid van de spieren voor eiwit, ook wel anabole resistentie genoemd. Dat betekent dat het lichaam minder efficiënt reageert op voeding en training. Volgens Lotte Koopmans helpt het om de eiwitinname te verhogen naar ongeveer 1 tot 1,2 gram per kilo lichaamsgewicht per dag. Voldoende eiwit zorgt ervoor dat spieren sterk blijven en dat herstel na inspanning sneller verloopt.

2. Wat verstaan we precies onder ‘alternatieve eiwitbronnen’?
Daarmee bedoelen onderzoekers alle eiwitten die niet uit traditionele dierlijke producten komen, zoals melk of vlees. Denk aan plantaardige bronnen zoals peulvruchten en erwten, maar ook aan innovatieve varianten zoals insecteneiwit.

Lotte benadrukt dat deze alternatieve eiwitbronnen niet per se minderwaardig zijn: ze kunnen vergelijkbare aminozuren bevatten, maar vragen soms een iets hogere inname om hetzelfde effect te bereiken.

3. Zijn alternatieve eiwitbronnen geschikt voor sporters?
Zeker, zegt Lotte, zolang de totale eiwitinname op orde is en de kwaliteit van de bron goed is. Melkeiwit blijft de referentie, maar een combinatie van dierlijke en plantaardige eiwitten werkt prima. Wie bewust kiest voor duurzaamheid, kan gerust variëren met erwten, soja of zelfs meelwormeiwit.

Het belangrijkste is dat het product goed verdragen wordt en geen maag- of darmklachten geeft, iets wat bij nieuwe eiwitvormen soms voorkomt.

4. Helpt meer eiwit ook om spierpijn te voorkomen?
Niet direct, legt Lotte uit. Spierpijn en spierschade zijn niet hetzelfde. Eiwit helpt bij herstel van weefsel, maar voorkomt de tijdelijke stijfheid die hoort bij training niet volledig.

5. Zijn eiwitsupplementen nuttig, of kun je beter gewoon eten?
De meeste mensen halen genoeg eiwit uit gewone voeding. Lotte ziet supplementen vooral als handig hulpmiddel als je te weinig binnenkrijgt via maaltijden. Ouderen geven vaak de voorkeur aan volwaardige voeding boven shakes of poeders.

Daarom werkt onderzoek nu aan producten waarin alternatieve eiwitbronnen verwerkt zijn, zoals brood of soep met extra eiwit. Dat is praktischer, smakelijker en beter vol te houden.

6. Wat kunnen jongere sporters leren van dit onderzoek bij ouderen?
Volgens Lotte laat het onderzoek vooral zien hoe belangrijk consistentie is. Spieren reageren op prikkel en voeding, ongeacht leeftijd. Wie goed traint, gevarieerd eet en voldoende eiwit neemt, blijft sterk en herstelt sneller.

Alternatieve eiwitbronnen kunnen daarbij helpen, zeker als je bewust met duurzaamheid bezig bent. Ouderen laten zien dat spierkracht te behouden is, zolang je blijft bewegen en slim eet.

Video over gezond en fit ouder worden met alternatieve eiwitbronnen, volgens Special Guest Lotte Koopmans

https://www.youtube.com/watch?v=QBlUzAP9lgY

Categorieën
Hardlopen Seizoen 12 Training en herstel Wielrennen

243. Spiergeheugen: hoe kun je slim profiteren van je eerdere trainingsarbeid?

Home » Afleveringen

Dit is de 243e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:

Spiergeheugen: hoe kun je slim profiteren van je eerdere trainingsarbeid?

Het najaar is begonnen, de marathons en triatlons zijn achter de rug en veel sporters gunnen zichzelf een welverdiende pauze. Even geen schema’s, geen intervallen, geen verplichtingen. Maar zodra de rust wat langer duurt, sluipt bij velen dezelfde twijfel binnen: hoe snel raak ik alles kwijt wat ik heb opgebouwd? En belangrijker nog, komt dat ooit helemaal terug?

In deze aflevering van de Slimmer Presteren Podcast duiken Gerrit Heijkoop en Jurgen van Teeffelen in het mysterieuze fenomeen spiergeheugen. Hoe werkt het precies, waarom lijken sommige sporters razendsnel terug in vorm, en wat zegt de wetenschap over het nut van eerdere trainingsarbeid? Sportarts Guido Vroemen geeft aan het eind van de aflevering zijn praktijkblik.

Bestaat spiergeheugen echt?

Jurgen trapt af met de vraag die al decennia sportwetenschappers bezighoudt: kan een spier zich eerdere inspanningen echt “herinneren”? Lange tijd dachten onderzoekers dat de kracht en omvang van spieren volledig verdwijnen als je stopt met trainen. Maar nieuw onderzoek laat zien dat spieren veel meer onthouden dan we dachten.

Tijdens krachttraining worden extra celkernen gevormd in de spiervezels, afkomstig van zogenoemde satellietcellen. Die extra myonuclei helpen bij de aanmaak van eiwitten en vergroten de spiermassa. Stop je met trainen, dan krimpt de spier, maar die celkernen blijven vaak gewoon aanwezig. Zodra je weer begint, zijn ze direct inzetbaar om nieuw spierweefsel te bouwen.

Dat is het eerste mechanisme van spiergeheugen: de myonucleaire basis. Het verklaart waarom iemand die ooit serieus getraind heeft, bij een herstart veel sneller kracht terugwint dan een absolute beginner.

De diepere laag: epigenetisch geheugen

Naast die cellulaire verklaring ontdekten onderzoekers de afgelopen jaren een tweede, nog subtieler mechanisme: epigenetisch spiergeheugen. Daarbij gaat het niet om extra celkernen, maar om blijvende veranderingen in de manier waarop genen aan of uit worden gezet.

Na een periode van training blijken bepaalde genen betrokken bij spiergroei en energieproductie makkelijker te worden geactiveerd. Zelfs maanden nadat iemand gestopt is, reageren die genen sneller wanneer de training weer wordt opgepakt. Het is alsof de spier “weet” wat er van hem verwacht wordt.

Jurgen legt uit dat het effect vergelijkbaar is met leren fietsen: je verleert het niet echt, je herinnert het sneller zodra je het opnieuw probeert. Dat maakt het epigenetische spiergeheugen een soort biologische snelkoppeling, vooral zichtbaar bij krachttraining en intensieve intervalvormen.

Waarom kracht sneller terugkomt dan duurvermogen

Toch is spiergeheugen niet voor elke sporter even relevant. De meeste studies laten zien dat het effect vooral sterk is bij krachttraining, waar spiervezelstructuur en celkernen een grotere rol spelen. Bij duursporten, waar energiehuishouding en zuurstoftransport belangrijker zijn, lijkt het geheugen minder uitgesproken.

Dat betekent niet dat een hardloper of fietser niets merkt van eerdere trainingsarbeid. De motorische vaardigheden, de efficiëntie van de beweging en de mentale ervaring blijven behouden. Maar de fysiologische voordelen van duurtraining verdwijnen sneller bij stilstand dan die van kracht.

Daarom voelt een ervaren sporter zich vaak ‘roestig’ na een pauze, maar bouwt hij het uithoudingsvermogen wel vlotter op dan iemand die net begint. Ook dat is een vorm van spiergeheugen, al zit het deels in de hersenen en het zenuwstelsel in plaats van in de spier zelf.

Guido Vroemen: sneller terug op niveau dan je denkt

In zijn praktijk ziet sportarts Guido Vroemen het effect van spiergeheugen regelmatig terug. Atleten die tijdelijk uitvallen door een blessure of drukke periode, zijn meestal binnen enkele weken weer verrassend dicht bij hun oude niveau. Guido noemt het voorbeeld van triatleet Menno Koolhaas, die na een stressfractuur in korte tijd zijn topvorm hervond.

Volgens Guido draait het om realistisch verwachtingsmanagement. Een paar weken rust is geen ramp: het lichaam vergeet niet alles wat het ooit geleerd heeft. Wel moet je slim omgaan met heropbouw, omdat pezen, banden en gewrichten zich trager herstellen dan spieren. “Het spiergeheugen helpt je terugkomen,” zegt Guido, “maar overhaast trainen leidt juist tot nieuwe problemen.”

Daarom adviseert hij sporters om het vertrouwen in hun lichaam te behouden, maar geduld te hebben bij het hervatten van zware blokken. Rustig opbouwen, luisteren naar signalen en variatie in prikkelintensiteit zijn cruciaal om het voordeel van spiergeheugen optimaal te benutten.

Wat kun je als sporter met deze kennis?

De wetenschap rond spiergeheugen laat één duidelijke boodschap zien: consistentie loont, maar pauzes zijn minder rampzalig dan je denkt. Wie jarenlang trouw heeft getraind, heeft letterlijk sporen nagelaten in zijn spieren. Die zorgen ervoor dat kracht en vorm sneller terugkeren dan bij iemand die voor het eerst begint.

Voor sporters die een blessure, vakantie of drukke periode achter de rug hebben, is dat goed nieuws. Het betekent dat herstel sneller gaat als je in het verleden al een stevige basis hebt gelegd. En dat je gerust een periode rust kunt nemen zonder bang te zijn alles kwijt te raken.

De kunst is om slim met dat geheugen om te gaan. Begin na een pauze met korte, gecontroleerde sessies waarin techniek en gevoel weer centraal staan. Laat volume en intensiteit pas toenemen als het lichaam aangeeft dat het daar klaar voor is. Zo profiteer je optimaal van je opgebouwde spiergeheugen, zonder in oude valkuilen te stappen.

En misschien wel de belangrijkste les: trainen is investeren, niet alleen in prestaties van nu, maar ook in de veerkracht van later. Wie ooit sterk is geweest, draagt dat altijd een beetje met zich mee.

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:

1. Hoe snel verlies je kracht en conditie als je stopt met trainen?
Na een week of twee zonder training begint het lichaam merkbaar te veranderen. Je verliest wat uithoudingsvermogen en spierkracht, maar het gaat langzamer dan veel sporters denken. Jurgen legt uit dat spiervezels kleiner worden, maar de celkernen blijven behouden. Daardoor kan de spier bij hervatten sneller herstellen. Volgens Guido zien sporters na een rustperiode vaak binnen twee tot drie weken alweer duidelijke vooruitgang.

2. Bestaat spiergeheugen echt of is het een mythe?
Spiergeheugen bestaat echt, maar het is geen geheugen zoals in je hoofd. Het zit in de structuur van de spiercellen. Eerdere training laat sporen achter in de vorm van extra celkernen en epigenetische veranderingen. Daardoor reageren spieren sneller als je opnieuw begint te trainen. Guido merkt dat sporters die ooit goed getraind waren, veel sneller terug op niveau komen dan nieuwkomers, zelfs na maanden pauze.

3. Hoe lang blijft dat spiergeheugen actief?
Dat verschilt per persoon en per trainingsvorm. Studies laten zien dat spiergeheugen maanden tot zelfs jaren kan blijven bestaan. Jurgen vertelt dat de extra celkernen waarschijnlijk levenslang aanwezig blijven, terwijl de epigenetische aanpassingen langzaam vervagen. In de praktijk betekent dat: hoe langer en consistenter je hebt getraind, hoe sterker en duurzamer het geheugen. Guido ziet dat ervaren sporters zelfs na een lange blessureperiode opvallend snel herstellen.

4. Geldt spiergeheugen alleen voor krachttraining, of ook voor duursporten?
De sterkste bewijzen zijn gevonden bij krachttraining, waar spiercelstructuur en -volume belangrijk zijn. Bij duursport werkt spiergeheugen indirect: je lichaam herinnert zich het bewegingspatroon, de efficiëntie en de mentale prikkels. Daardoor voelt een herstart vaak sneller vertrouwd. Guido benadrukt dat ervaren lopers en fietsers na rust minder last hebben van techniekverlies, maar wel voorzichtig moeten zijn met belasting op pezen en gewrichten.

5. Hoe kun je het spiergeheugen slim benutten bij een herstart?
Volgens Guido is geduld de sleutel. Begin met lichte belasting en kortere trainingen, zodat je lichaam kan wennen. Spiergeheugen helpt vooral als je de heropbouw geleidelijk doet. Overhaasten heeft geen zin: pezen en banden moeten meekomen. Jurgen vult aan dat variatie helpt om het geheugen te “activeren”; afwisselen tussen kracht, tempo en techniek zorgt voor een snellere terugkeer van vorm. Consistentie is belangrijker dan intensiteit.

6. Wat betekent spiergeheugen voor sporters die even rust moeten nemen?
Voor wie door vakantie, werk of een blessure minder traint, is het geruststellend om te weten dat spiergeheugen sporters helpt sneller te herstellen. Guido adviseert om rustperiodes niet te zien als verlies, maar als onderdeel van een langere cyclus. Een goed getraind lichaam vergeet niet wat het ooit kon. Wie slim herstart, bouwt binnen enkele weken weer vertrouwen op. De boodschap: vertrouwen in je basis is net zo belangrijk als de training zelf.

Video over spiergeheugen: hoe kun je slim profiteren van je eerdere trainingsarbeid?

https://www.youtube.com/watch?v=MZf1Gehu_K0