Slimmer Presteren op de Winterspelen wordt mede mogelijk gemaakt door de Hersenstichting:
Kom in actie voor de hersenstichting
Welke sportieve uitdaging heb jij dit jaar op de planning? Maak jouw kilometers extra waardevol, door daarmee geld op te halen voor belangrijk hersenonderzoek.
Maak jouw actie aan via voordehersenstichting.nl
Dit is de 252e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen het over:
Sneller, hoger, spectaculairder: en ook gevaarlijker? Slimmer presteren op de Winterspelen
De Olympische Winterspelen zijn niet alleen een spektakel van snelheid en vaardigheid, maar ook een arena waar de risico’s en gevaren van extreme sporten onder de loep worden genomen. Jurgen en Gerrit duiken in de cijfers en trends van blessures, waarbij ze de balans zoeken tussen risico’s nemen en een bewuste aanpak van blessures.
Guido voegt hieraan toe dat de praktijk vaak complexer is dan de theorie, en dat de ervaring van atleten en trainers een cruciale rol speelt in het begrijpen en minimaliseren van deze risico’s.
In deze aflevering bespreken we niet alleen de impact van blessures op sportcarrières, maar ook de effectiviteit van alternatieve behandelmethoden. Guido benadrukt dat hoewel sommige technieken nog niet volledig evidence-based zijn, ze in de praktijk vaak waardevol blijken.
Samen onderzoeken ze hoe we de gezondheid van atleten kunnen prioriteren zonder de essentie van de sport te verliezen, en hoe een kritische blik en gedeelde kennis kunnen bijdragen aan veiligere sportomstandigheden.
Bij de Olympische Spelen lijkt alles soms spectaculair en snel, maar onderzoek suggereert dat de risico’s en blessures in topsport niet zo simpel zijn als ze vaak voorgesteld worden.
Jurgen brengt een wetenschappelijke blik aan, en neemt je mee langs studies over blessureincidentie, de ontwikkeling van sportveiligheid, en de invloed van het gebruik van beschermende middelen. We bespreken bijvoorbeeld dat het aantal blessures bij extreme sporten wel degelijk toeneemt, maar dat de interpretatie van die data afhankelijk is van definities en de context waarin sporten worden beoefend.
Deze aflevering is vooral geschikt voor sporters, trainers, medici en iedereen die de ‘echte’ risico’s in de sport wil begrijpen en niet meegaat in overdreven verhalen. Het vormt een uitnodiging om sport en veiligheid niet te zien als simpel zwart-wit, maar als een complexe uitdaging waarin wetenschap en praktijk voortdurend in dialoog blijven.
Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:
1. Hoe gevaarlijk zijn de Olympische winterspelen eigenlijk?
De vraag is of de winterspelen inderdaad gevaarlijker zijn dan andere sporten en hoe dat in verhouding staat tot de werkelijkheid. Jurgen suggereert dat de incidentie van blessures waarschijnlijk hoger is bij extreme sporten en nieuwe disciplines, maar dat het nooit helemaal statistisch eenduidig kan worden vastgesteld. Gerrit merkt op dat blessures altijd aanwezig zijn, maar dat een deel van de risico’s – zoals snelle valpartijen of sportspecifieke incidenten – inherent aan de sport blijven.
In praktijk betekent dat we moeten kijken naar de context en niet meteen spreken van een gevaar dat buitenproportioneel is. Het gevaar is waarschijnlijk realistisch, maar niet zo extreem dat het niet binnen de normale sportrisico’s past.
2. Wat zegt de wetenschap over het risico op blessures en hoe dat zich ontwikkelt?
Jurgen licht toe dat recente studies laten zien dat blessures bij topatleten niet heel verschillend lijken te zijn over meerdere Olympische Spelen, maar dat het gemiddelde incidentieverhoogd kan zijn door nieuwe disciplines en hogere snelheden. Daarnaast wordt het risico op blessures in de jeugd en bij recreatief sporten geraamd op zo’n 30 procent per jaar, afhankelijk van de sport en blessures. Gerrit vult aan dat de meeste blessures kneuzingen en verstuikingen zijn, met een relatief klein percentage ernstigere blessures.
In de praktijk zien we dat vooral de ontwikkeling van de sport en technologische verbeteringen op termijn mogelijk blessures kunnen verminderen, maar dat het risico nooit volledig weg te nemen is. Preventie en goede begeleiding blijven daarom essentieel.
3. Hoe verhouden blessurecijfers zich tot andere sporten en is de focus op blessurepreventie terecht?
Jurgen geeft aan dat Olympische sporten als snowboarden, freestyle skiën en slope style een incidentie van rond de 30 procent hebben. Hij waarschuwt dat dat niet betekent dat blessures onvermijdelijk zijn, maar dat ze de risico’s van extreme sporten onderstrepen. Gerrit benadrukt dat in veel sporten de verwachting is dat blessures voorkomen, maar dat het niet altijd makkelijk is ze volledig te voorkomen zonder stop te zetten of de sport anders in te richten.
Wat verandert indien men dit serieus neemt? Het onderstreept dat blessures onderdeel vormen van topsport en dat ultieme preventie onrealistisch is. Het focus moet eerder liggen op het goed managen van risico’s en het aanpassen van technieken en uitrusting, zonder dat dat de sport zelf op zich tenietdoet.
4. In hoeverre zijn medische en technische interventies effectief gebleken bij blessures in topsport?
Jurgen wijst erop dat de wetenschap aangeeft dat de meeste blessures, zoals scheuren en verstuikingen, hersteld kunnen worden binnen 11 maanden, met een zeer hoog slagingspercentage. Gerrit illustreert dat verschillende medische technieken, zoals het gebruik van hammer en beitel, onderbouwd worden met wetenschappelijke literatuur, maar dat de toepassing ervan altijd kritisch bekeken moet worden. Gido deelt dat praktijk en wetenschap soms verschillend zijn, en dat de bewijskracht voor sommige behandelingen beperkt blijft.
In praktijk betekent dit dat medisch herstel doorgaans succesvol is, maar dat het verrichten van onorthodoxe behandelingen zonder goede bewijsbasis riskant en mogelijk contraproductief kan zijn. Een gezonde twijfel blijft geboden.
5. Wat zeggen de gegevens over de invloed van mentale en fysieke conditie op blessure- en incidentenrisico?
Jurgen laat zien dat veel blessures en ziekmeldingen bij topsporters gerelateerd zijn aan fysieke en mentale belasting. Gerrit voegt toe dat kleine lichamelijke klachten of mentale spanning een grote invloed kunnen hebben op de prestatie en het risico op blessures. Verder wordt beschreven dat veel atleten niet volledig topfit zijn, wat het risico op blessures verhoogt.
In praktijk betekent dat aandacht voor mentale gezondheid en goede ziekte- en blessurepreventie niet ondergeschikt moet zijn. Het regelmatig monitoren van de fysieke en mentale gesteldheid van atleten kan uitdoving en nieuwe blessures voorkomen of uitstellen.
Handige bronnen en links
- Onze eerdere aflevering tijdens de Olympische 10 kilometer schaatsen in Beijing in 2022: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-5/85-slimmer-presteren-op-de-schaats-de-olympische-10-kilometer/
- Aflevering 195 over de rol van aerodynamica bij het hardlopen: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-10/195-strakke-shirts-korte-kapsels-en-slimme-sleeves-tijdens-het-hardlopen-zinvol-of-onzin/
- Aflevering 213 over de Noorse sporten met Gert-Jan Ettema: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-11/213-slimmer-presteren-volgens-de-noren-met-gertjan-ettema/
- Review over aantallen blessures tijdens vier Olympische Winterspelen: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC10722932/
- Aantal blessures en ziektegevallen in de aanloop naar de Winterspelen in Beijing: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41001252/
- Gezondheidsproblemen bij jeugd langebaanschaatsers gedurende 1 seizoen: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38777387/
- Alle vallen tijdens het shorttracken tussen 2021 en 2023: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41416951/
- Terugkeer op het hoogste niveau na een voorste kruisband reconstructie? https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41092185/
